Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

2.2.1 Basis voor opstelling

2.2.1.1 1. ForFarmers N.V.

ForFarmers N.V. (de 'Vennootschap') is een naamloze vennootschap, statutair gevestigd in Nederland. Het adres van de statutaire zetel is Kwinkweerd 12, 7241 CW Lochem. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap over 2017 omvat de Vennootschap en haar dochtermaatschappijen (tezamen te noemen de 'Groep' of 'ForFarmers') en het belang van de Groep in de joint venture.

Per 31 december 2017 is het kapitaalbelang in de Vennootschap als volgt verdeeld:

  31 december 2017 31 december 2016
Eigen bezit ForFarmers 5,15% 0,07%
 
Aandelen Coöperatie FromFarmers U.A. (Direct) 17,41% 20,80%
Participatierekening bij leden (Indirect) 31,80% 32,43%
Coöperatie FromFarmers U.A. 49,21% 53,23%
 
Certificaten bij leden 5,25% 6,06%
Certificaten in lock up 1,36% 1,32%
Overige certificaathouders(1) 1,10% 4,68%
Aandelen Stichting Beheer- en Administratiekantoor ForFarmers 7,71% 12,06%
 
Aandeelhouders (derden) 37,93% 34,64%
Totaal gewone aandelen in omloop 100,00% 100,00%
 
(1) Betreft (voormalige) medewerkers van ForFarmers van wie de certificaten niet in de lock-up zitten en derden die hun certificaten nog niet hebben omgezet naar aandelen.

ForFarmers N.V. is een internationaal opererende voeronderneming die complete voeroplossingen biedt voor de (biologische) veehouderij. ForFarmers zet zich in “For the Future of Farming”: voor de continuïteit van het boerenbedrijf en voor een financieel gezonde agrarische sector.

 

 

 

2.2.1.2 2. Toegepaste accounting standaarden

Overeenstemmingsverklaring

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie (EU-IFRS, hierna vermeld als IFRS) en artikel 2:362 lid 9 BW.

De geconsolideerde (en enkelvoudige) jaarrekening is goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen op 12 maart 2018. De jaarrekening van de Groep staat geagendeerd voor vaststelling op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 26 april 2018.

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.

Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving in 2017

Er zijn geen nieuwe standaarden of wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving effectief vanaf 1 januari 2017 die een materieel effect hebben op de Groep. Voor de nog niet van toepassing zijnde nieuwe standaarden wordt verwezen naar noot 40.

Vergelijkende cijfers

Indien noodzakelijk zijn vergelijkende cijfers aangepast in overeenstemming met de huidige presentatie.

Grondslagen voor financiële verslaggeving

Informatie over de door de Groep gehanteerde grondslagen die het meeste van invloed zijn op de jaarrekening is opgenomen in noot 38 en 39.

2.2.1.3 3. Functionele valuta en presentatie valuta

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in euro’s. Dit is tevens de functionele valuta van de Vennootschap. Alle financiële informatie die in euro’s wordt gepresenteerd is afgerond op het naastliggende duizendtal, tenzij anders is aangegeven. De functionele valuta van de entiteiten van de Groep zijn voornamelijk de euro en het Britse pond. Het merendeel van de transacties en resulterende saldi vinden plaats in de lokale en functionele valuta. De volgende wisselkoersen zijn toegepast gedurende het boekjaar:

Koers op 31 december €1.00 =
2015 £0.7340
2016 £0.8562
2017 £0.8872
 
Gemiddelde koers €1.00 =
2016 £0.8195
2017 £0.8767

2.2.1.4 4. Gebruik van schattingen en oordelen

Bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening heeft het management oordelen gevormd en schattingen en veronderstellingen gemaakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen.

De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden continu beoordeeld. Deze oordelen, veronder- stellingen en schattingen zijn gemaakt, rekening houdend met de meningen en de adviezen van (externe) specialisten. Herziening van schattingen worden verwerkt in de periode waarin de schattingen worden herzien en in de toekomstige perioden waarin deze invloed hebben. 

A. Oordelen

Informatie over de gevormde oordelen bij de toepassing van de grondslagen die het meest van invloed zijn op de in de jaarrekening opgenomen bedragen, is opgenomen in de volgende onderdelen van de toelichting:

  • omzet: bepaling of de Groep bij de transactie in plaats van als hoofdpartij als tussenpersoon optreedt (noot 8);

  • consolidatie: bepaling of de Groep de facto zeggenschap heeft over een deelneming (noot 32);

B. Schattingen en veronderstellingen

De schattingen en veronderstellingen die het meest relevant worden beschouwd zijn:

  • waardering van verplichtingen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen: belangrijke actuariële veronderstellingen (noot 15);

  • verwerking van uitgestelde belastingvorderingen: beschikbaarheid van toekomstige fiscale winsten die kunnen worden gebruikt ter voorwaartse compensatie van fiscale verliezen (noot 16);

  • economische levensduur van materiële vaste activa en immateriële activa (noot 17 en 18);

  • test op bijzondere waardeverminderingen (‘impairment test’): belangrijkste veronderstellingen met betrekking tot de realiseerbare waarden (noot 18);

  • waardering van handels- en overige vorderingen (noot 21); en

  • verwerking en waardering van voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen: belangrijke veronderstellingen over de waarschijnlijkheid en omvang van een uitstroom van middelen met betrekking tot voorzieningen (noot 29).

C. Bepaling van de reële waarde

Een aantal grondslagen en toelichtingen van de Groep vereisen de bepaling van reële waarden, voor zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen.

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld op de waarderingsdatum in een ordelijke transactie tussen ter zake goed geïnformeerde partijen op de primaire of, indien deze niet aanwezig is, de meest voordelige markt die voor de Groep toegankelijk is op die datum. De reële waarde van een verplichting weerspiegelt het risico op niet-nakoming.

Bij het bepalen van de reële waarde van een actief of een verplichting maakt de Groep zoveel mogelijk gebruik van op de markt waarneembare gegevens. De reële waarden worden ingedeeld naar verschillende niveaus op basis van de reële-waardehiërarchie, afhankelijk van de inputs op basis waarvan de waarderingstechnieken zijn toegepast. De verschillende niveaus zijn als volgt gedefinieerd.

Niveau 1: genoteerde marktprijzen (niet gecorrigeerd) in actieve markten voor identieke activa of verplichtingen. Een markt wordt beschouwd als actief als transacties voor het actief of passief plaatsvinden met voldoende frequentie en volume om prijsstellingsinformatie te verstrekken op een continue basis.
Niveau 2: input die geen onder niveau 1 vallende genoteerde marktprijzen betreft en die waarneembaar is voor het actief of de verplichting, hetzij rechtstreeks (i.c. in de vorm van prijzen) hetzij indirect (i.c. afgeleid van prijzen).
Niveau 3: input voor het actief of de verplichting die niet is gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niet-waarneembare input).

De gekozen waarderingstechniek omvat alle factoren waarmee marktpartijen rekening zouden houden bij het bepalen van de prijs van de transactie.

De Groep verwerkt eventuele herrubriceringen tussen de niveaus van reële-waardehiërarchie aan het einde van de verslagperiode waarin de wijziging zich heeft voorgedaan. Indien de inputs die worden gebruikt voor het bepalen van de reële waarde van een actief of verplichting binnen verschillende niveaus van de reële-waardehiërarchie vallen, dan wordt de bepaalde reële waarde in zijn geheel ingedeeld in hetzelfde niveau van de reële-waardehiërarchie als de input van het laagste niveau die van belang is voor de gehele meting.

Als een actief dat of een verplichting die is gewaardeerd tegen reële waarde een bied- en een laatprijs heeft, waardeert de Groep haar activa en long posities tegen de biedprijs en haar passiva en short posities tegen de laatprijs.

De beste onderbouwing van de reële waarde van een financieel instrument bij eerste waardering is normaliter de transactieprijs - dat wil zeggen de reële waarde van de verstrekte of ontvangen vergoeding. Indien de Groep vaststelt dat de reële waarde bij eerste waardering verschilt van de transactieprijs en de reële waarde niet wordt onderbouwd door een genoteerde marktprijs op een actieve markt voor een identiek actief of verplichting, noch is gebaseerd op een waarderingstechniek waarbij alle niet-waarneembare inputs worden beoordeeld als insignificant in relatie tot de waardering, wordt het financieel instrument bij eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde, aangepast om het verschil tussen de reële waarde bij eerste waardering en de transactieprijs uit te stellen. Vervolgens wordt dat verschil gedurende de looptijd van het instrument in de winst-en-verliesrekening verwerkt, maar niet later dan wanneer de waardering geheel wordt ondersteund door waarneembare marktgegevens of de transactie beëindigd is.

De Groep heeft een vast raamwerk van beheersmaatregelen ten aanzien van de bepaling van de reële waarden. Dit omvat onder meer een waarderingsteam met algehele verantwoordelijkheid voor het toezicht op alle belangrijke bepalingen van reële waarden, inclusief reële waarden van niveau 3. Het waarderingsteam rapporteert direct aan de CFO.

Het waarderingsteam beoordeelt periodiek belangrijke niet-waarneembare inputs en waardecorrecties. Als voor de waardering tegen reële waarde gebruik wordt gemaakt van informatie van derden, zoals broker quotes en prijsbepalingsdiensten, beoordeelt en documenteert het team het van derden verkregen bewijs om te verifiëren of deze waarderingen en de rubricering ervan in de niveaus van de reële-waardehiërarchie voldoen aan de vereisten van de IFRS.

Belangrijke waarderingsaangelegenheden worden gerapporteerd aan de auditcommissie van de Groep.

Meer informatie over de veronderstellingen van de bepaling van reële waarden is opgenomen in de volgende noten.

Op aandelen gebaseerde beloningsplannen (noot 14)

Voor wat betreft de aan medewerkers toegekende certificaten van aandelen is de reële waarde gebaseerd op de marktprijs zoals van toepassing op de openbare beurs (tot 24 mei 2016: het multilaterale handelsplatform dat wordt geëxploiteerd door Captin Equity Management Services) en indien noodzakelijk gecorrigeerd voor de voorwaarden waaronder de certificaten zijn toegekend.

Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen (noot 17 en 19)

De reële waarde van materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen verkregen in het kader van bedrijfscombinaties is de geschatte waarde waartegen het actief zou kunnen worden verhandeld tussen een goed geïnformeerde koper en verkoper in een zakelijke transactie tussen derde partijen. De reële waarde van materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen is gebaseerd op de marktbenadering en kostprijs benadering, waarbij gebruik wordt gemaakt van bekende marktprijzen voor vergelijkbare activa indien beschikbaar en vervangingskosten wanneer van toepassing. De vervangingswaarde houdt rekening met aanpassingen voor slijtage en functionele en economische veroudering.

Immateriële activa, exclusief goodwill (noot 18)

De reële waarde van patenten en merknamen verkregen in een bedrijfscombinatie is gebaseerd op de contante waarde van de geschatte royalty betalingen die naar verwachting kunnen worden vermeden als gevolg van het verkrijgen van deze patenten en merknamen. De reële waarde van de cliëntenportefeuille verkregen in een bedrijfscombinatie wordt vastgesteld gebruik makend van de 'multi-period excess earnings'-methode. De reële waarde van overige immateriële activa is gebaseerd op de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen die met het gebruik en uiteindelijke verkoop van de desbetreffende activa zullen worden gerealiseerd.

Voorraden (noot 22)

De reële waarde wordt bepaald op basis van de geschatte verkoopprijs onder normale zakelijke omstandigheden, minus de geschatte kosten van sluiting en verkoop, en een redelijke winstmarge op basis van de inspanningen die vereist zijn om de voorraden gereed te maken en te verkopen.

Biologische activa (noot 23)

Indien er een markt is voor de desbetreffende biologische activa, wordt de marktprijs gezien als de juiste grondslag voor vaststelling van de waarde van deze activa. Indien er geen sprake is van een actieve markt, worden een of meer van de volgende methoden gebruikt om de reële waarde te schatten:

  • de prijs gehanteerd bij de meest recente transactie (er van uitgaande dat er geen significante wijziging heeft plaatsgevonden in economische omstandigheden tussen de datum van de transactie en de balansdatum);

  • marktprijzen voor vergelijkbare activa waarbij wordt gecorrigeerd voor aanwezige verschillen tussen de desbetreffende activa.

Bij het vaststellen van de reële waarde van biologische activa zijn de inschattingen van het management nodig om de reële waarde vast te stellen. Deze schattingen en beoordelingen hebben betrekking op het gemiddelde gewicht van een dier, sterftecijfers en de actuele levensfase van het dier. 

Derivaten (noot 31)

De reële waarde van derivaten wordt bepaald op basis van beschikbare marktinformatie of schattingsmethoden. In het geval van schattingsmethoden, wordt de reële waarde geschat:

  • door af te leiden van de reële waarde van de componenten of van een vergelijkbaar financieel instrument, indien een betrouwbare reële waarde kan worden aangetoond voor de componenten of een vergelijkbaar financieel instrument; of

  • gebruik makend van algemeen aanvaarde waarderingsmodellen en waarderingstechnieken.

Financiële instrumenten, anders dan derivaten (noot 31)

De reële waarde bij de eerste opname van handels- en overige vorderingen, handelsschulden en overige te betalen posten met een looptijd langer dan een jaar wordt bepaald op basis van de contante waarde van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de marktrente op balansdatum (geamortiseerde kostprijs), rekening houdende met eventuele bijzondere waardeverminderingen en het risico van oninbaarheid (van toepassing indien het een actief betreft). Bij het bepalen van het effectieve rentepercentage wordt rekening gehouden met opslagen of kortingen, en transactiekosten op het moment van de acquisitie.

2.2.2 Resultaten voor het jaar

2.2.2.1 5. Operationele segmenten

A. Basis voor segmentatie

De Groep onderscheidt de volgende drie strategische clusters, welke haar operationele en te rapporteren segmenten vormen:

  • Nederland

  • Duitsland / België

  • Verenigd Koninkrijk

Het assortiment dat de Groep verkoopt bestaat onder andere uit mengvoer, voer voor jonge dieren, speciaalvoer, ruwvoer en bijproducten alsmede zaden en meststoffen. Kernactiviteiten zijn de productie van voer, logistieke diensten en het aanbieden van Total Feed oplossingen gebaseerd op nutritionele know how.

De clusters bieden soortgelijke producten en diensten aan en kennen vergelijkbare productieprocessen en distributiemethoden. Omdat echter de operationele segmenten afzonderlijk worden bestuurd en sprake is van verschillende valuta (Verenigd Koninkrijk cluster versus de overige clusters) worden operationele segmenten niet geïntegreerd.

Deze opdeling in segmenten is consistent met de organisatiestructuur en de interne managementrapportage en representeert tevens de geografische regio’s waarin de Groep actief is. Het hoofdkantoor van de Groep is gevestigd in Lochem, Nederland.

De Directie van de Groep beoordeelt de interne managementrapportages van elk cluster op maandelijkse basis en opereert gezamenlijk als belangrijkste operationeel besluitvormend orgaan.

Er bestaan verschillende niveaus van integratie tussen de segmenten. Deze integratie betreft ook onderlinge leveringen van producten en gezamenlijke logistieke dienstverlening. De vaststelling van de prijzen van deze leveranties tussen segmenten vindt plaats op basis van zakelijke afspraken zoals die tussen onafhankelijke partijen zouden zijn gemaakt.

B. Informatie over te rapporteren segmenten

Informatie over de te rapporteren segmenten is hierna gepresenteerd. Het resultaat uit bedrijfsactiviteiten per segment betreft het resultaat voor rente en belastingen en wordt gebruikt voor het beoordelen en meten van de prestaties omdat dit volgens de Directie de belangrijkste maatstaf is bij evaluatie van de resultaten van de segmenten in vergelijking met andere ondernemingen actief in dezelfde bedrijfstak.

 

2.2.2.1.1

Te rapporteren segmenten
 
2017
In duizenden euro Nederland Duitsland/België Verenigd Koninkrijk Groep / eliminaties Geconsolideerd
Externe omzet 1.052.338 543.906 622.398 18 2.218.660
Omzet uit transacties tussen segmenten 64.774 2.636 - -67.410 -
Omzet 1.117.112 546.542 622.398 -67.392 2.218.660
 
Brutowinst 221.714 75.919 121.301 906 419.840
Overige bedrijfsopbrengsten 412 211 338 - 961
Bedrijfslasten -154.106 -63.919 -116.290 -12.464 -346.779
Bedrijfsresultaat 68.020 12.211 5.349 -11.558 74.022
Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen 7.491 3.279 13.475 3.382 27.627
EBITDA 75.511 15.490 18.824 -8.176 101.649
 
Materiële vaste activa 82.860 36.288 82.572 4.184 205.904
Immateriële activa en goodwill 43.309 4.772 43.351 4.797 96.229
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - 24.018 - - 24.018
Overige vaste activa 2.378 7.424 98 3.226 13.126
Vaste activa 128.547 72.502 126.021 12.207 339.277
Vlottende activa 191.384 167.072 101.787 -12.229 448.014
Totaal activa 319.931 239.574 227.808 -22 787.291
 
Eigen vermogen -180.419 -78.753 -38.226 -112.533 -409.931
Verplichtingen -139.512 -160.821 -189.582 112.555 -377.360
Totaal eigen vermogen en verplichtingen -319.931 -239.574 -227.808 22 -787.291
 
Investeringen(1) 13.762 4.288 17.739 3.231 39.020
Werkkapitaal 14.403 24.131 41.270 - 10.635 69.169
Onderliggende EBITDA(2) 75.396 15.647 18.579 -8.176 101.446
Onderliggende EBITDA / Brutowinst 34,0% 20,6% 15,3%   24,2%
 
2016
In duizenden euro Nederland Duitsland/België Verenigd Koninkrijk Groep / eliminaties Geconsolideerd
Externe omzet 958.523 519.543 630.704 192 2.108.962
Omzet uit transacties tussen segmenten 60.549 2.742 - -63.291 -
Omzet 1.019.072 522.285 630.704 -63.099 2.108.962
 
Brutowinst 201.555 69.901 134.654 1.262 407.372
Overige bedrijfsopbrengsten 1.557 1.017 1.271 104 3.949
Bedrijfslasten -144.762 -60.471 -121.165 -17.090 -343.488
Bedrijfsresultaat 58.350 10.447 14.760 -15.724 67.833
Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen 8.550 4.035 10.712 2.747 26.044
EBITDA 66.900 14.482 25.472 -12.977 93.877
 
Materiële vaste activa 77.330 35.691 78.551 3.177 194.749
Immateriële activa en goodwill 44.780 4.817 46.615 5.969 102.181
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - 21.653 - - 21.653
Overige vaste activa 2.908 10.056 7.361 -5.313 15.012
Vaste activa 125.018 72.217 132.527 3.833 333.595
Vlottende activa 187.634 144.571 105.818 4.651 442.674
Totaal activa 312.652 216.788 238.345 8.484 776.269
 
Eigen vermogen -147.448 -70.351 -33.373 -177.818 -428.990
Verplichtingen -165.204 -146.437 -204.972 169.334 -347.279
Totaal eigen vermogen en verplichtingen -312.652 -216.788 -238.345 -8.484 -776.269
 
Investeringen(1) 7.956 5.524 17.339 2.848 33.667
Werkkapitaal 35.730 41.822 50.295 - 7.961 119.886
Onderliggende EBITDA(2) 65.897 14.482 26.207 -12.977 93.609
Onderliggende EBITDA / Brutowinst 32,7% 20,7% 19,5%   23,0%
 
(1) Heeft betrekking op immateriële activa en materiële vaste activa
(2) Onderliggende EBITDA' betekent EBITDA exclusief incidentele posten.

2.2.2.1.2

De kolom Groep / eliminaties bevat zowel bedragen als gevolg van activiteiten voor de Groep als eliminaties in het kader van de consolidatie.

Onder overige vaste activa wordt in dit verband verstaan vastgoedbeleggingen, langlopende handels- en overige vorderingen en uitgestelde belastingvorderingen.

Het werkkapitaal bestaat uit de voorraden, biologische activa, kortlopende handels- en overige vorderingen minus de kortlopende verplichtingen.

De Groep is niet afhankelijk van individuele grote afnemers.

C. Aansluiting van het resultaat

De aansluiting tussen het bedrijfsresultaat van de te rapporteren segmenten en het winst voor belastingen van de Groep is hierna weergegeven:

In duizenden euro noot 2017 2016
Bedrijfsresultaat segmenten   74.022 67.833
Financieringsbaten 12 1.396 1.664
Financieringskosten 12 -3.770 -5.192
Aandeel resultaat deelnemingen verwerkt volgens 'equity'-methode, na belastingen 20 3.884 3.816
 
Winst voor belastingen   75.532 68.121

De daling van de financieringskosten van €1,4 miljoen wordt met name veroorzaakt door de aanvullende contributie die begin 2017 is gedaan aan het BOCM PAULS Ltd. (Verenigd Koninkrijk) pensioenplan. Zie noot 15A voor meer informatie over de pensioenplannen.

2.2.2.2 6. Bedrijfscombinaties

Acquisitie Wilde Agriculture Ltd. (Verenigd Koninkrijk)

Op 25 mei 2017 heeft de Groep de volledige zeggenschap verworven over Wilde Agriculture Ltd. De overnamesom bedroeg €2,0 miljoen waarvan €0,5 miljoen voorwaardelijk. De voorlopige reële waarde van de verkregen activa is vastgesteld op €2,1 miljoen, inclusief €0,9 miljoen geacquireerde liquide middelen. De voorlopige reële waarde van verkregen passiva bedraagt €0,6 miljoen. De ontstane goodwill van €0,5 miljoen is voornamelijk toe te rekenen aan de synergievoordelen die naar verwachting zullen worden gerealiseerd bij het integreren van Wilde Agriculture Ltd. binnen het cluster Verenigd Koninkrijk. Derhalve is de goodwill gealloceerd aan dit cluster. De overname is niet materieel voor de Groep in het kader van de toelichtingsvereisten van IFRS 3.

Acquisities 2016

Acquisitie VleutenSteijnVoeders B.V. (Nederland)

Op 22 juli 2016 heeft ForFarmers de overname van VleutenSteijnVoeders B.V. ('Vleuten-Steijn) aangekondigd. Goedkeuring voor deze transactie werd eind september 2016 verkregen, waarna ForFarmers alle aandelen van Vleuten-Steijn heeft overgenomen. Vleuten-Steijn is een veevoederonderneming gericht op de varkenssector in voornamelijk Zuidoost-Nederland en Duitsland. De onderneming genereerde in 2015 een omzet van circa €91 miljoen door de verkoop van circa 295.000 ton voeders aan veelal grotere bedrijven in met name het zeugen- en biggensegment. Vleuten-Steijn heeft de productie van diervoeders aan derden uitbesteed. De bedrijfsactiviteiten van Vleuten-Steijn worden geïntegreerd in ForFarmers Nederland.

Vleuten-Steijn wordt vanaf 1 oktober 2016 geconsolideerd in de resultaten van ForFarmers. In 2016 droeg vanaf de datum van acquisitie Vleuten-Steijn €21,9 miljoen bij aan de omzet en €0,9 miljoen aan het resultaat voor belastingen. Indien de acquisitie van Vleuten-Steijn had plaatsgevonden per begin boekjaar zou de bijdrage in 2016 aan de omzet €85,1 miljoen en de bijdrage aan het resultaat voor belastingen €3,1 miljoen hebben bedragen. Hiermee zou per begin boekjaar 2016 de omzet van de Groep €2.172 miljoen hebben bedragen en het resultaat voor belastingen van de Groep €70,4 miljoen.

De verkrijgingsprijs samenhangend met de acquisitie bedroeg €30,5 miljoen. Het positieve verschil tussen de verkrijgingsprijs en de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen is geactiveerd als goodwill. De goodwill is bepaald op €15,6 miljoen. De goodwill is de waarde van de verwachte synergie-voordelen van de acquisitie. De goodwill is volledig toegerekend aan het cluster Nederland.

Zoals overeengekomen in de koopovereenkomst is 70% van de transactiesom in 2016 betaald (€20,5 miljoen). Het restant wordt betaald na 3 jaar, afhankelijk van het behalen van een aantal reeds bepaalde criteria. De Groep heeft hiervoor €7.638 duizend als voorwaardelijke vergoeding opgenomen, zijnde de reële waarde op de overnamedatum (1 oktober 2016). Op 31 december 2017 was de waarde van de voorwaardelijke vergoeding gestegen tot €7.748 duizend (zie noot 30).

De reële waarden van de identificeerbare activa en verplichtingen van Vleuten-Steijn aangekocht in 2016 per de datum van acquisitie zijn niet veranderd en definitief geworden in 2017:

In duizenden euro Vleuten Steijn
 
Materiële vaste activa 39
Immateriële activa (klantenportefeuille) 9.039
Voorraden 57
Handels- en overige vorderingen 10.665
Actuele belastingvorderingen 122
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.348
Activa 21.270
 
Uitgestelde belastingverplichtingen 2.260
Handelsschulden en overige verplichtingen 3.891
Actuele belastingverplichtingen 163
Verplichtingen 6.314
 
Totaal identificeerbare netto activa tegen reële waarde 14.956
Goodwill gerelateerd aan de overname 15.569
 
Verkrijgingsprijs 30.525

 
 
 
 
 
 
 

 



Vaststelling reële waarden

Verworven activa Waarderingstechniek
Materiële vaste activa Marktvergelijkingstechniek en kostentechniek: Het waarderingsmodel gaat uit van genoteerde marktprijzen voor vergelijkbare posten, indien beschikbaar, en afgeschreven vervangingskosten, waar van toepassing. Afgeschreven vervangingskosten omvatten aanpassingen voor fysieke slijtage en functionele en financiële veroudering.
Immateriële activa Multi-period excess earnings'-methode: de ‘multi-period excess earnings’-methode gaat uit van de contante waarde van de netto kasstromen die naar verwachting worden gegenereerd door de klantenrelaties.
Voorraden Marktvergelijkingstechniek: De reële waarde wordt bepaald op basis van de geschatte verkoopprijs onder normale zakelijke omstandigheden, minus de geschatte kosten van sluiting en verkoop, en een redelijke winstmarge op basis van de inspanningen die vereist zijn om de voorraden gereed te maken en te verkopen.

2.2.2.3 7. Desinvesteringen

Gedurende 2017 hebben geen desinvesteringen plaatsgevonden.

Desinvesteringen 2016

In 2016 heeft de Groep zijn belang in Leafield Feeds Ltd. aan SugaRich verkocht voor €1,3 miljoen, resulterend in een winst van €0,8 miljoen welke geclassificeerd is als overige bedrijfsopbrengsten in de winst-en-verliesrekening.

Tevens heeft de Groep in 2016 de indirecte transportactiviteiten van Wheyfeed Ltd. (Verenigd Koninkrijk) verkocht aan de voormalige aandeelhouder van Wheyfeed Ltd.. De boekwinst van €0,4 miljoen heeft betrekking op de afgestoten transportmiddelen en is verantwoord onder overige bedrijfsopbrengsten, zie noot 10.

2.2.2.4 8. Omzet

De geografische verdeling van de omzet kan als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro 2017 2016
 
Nederland 924.699 856.911
Duitsland 504.830 461.478
België 141.704 136.837
Verenigd Koninkrijk 622.059 630.668
Overige landen binnen EU 24.878 22.534
Overige landen buiten EU 490 534
 
Totaal 2.218.660 2.108.962

De verdeling van de omzet per categorie kan als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro 2017 2016
 
Mengvoer 1.765.297 1.712.056
Overige omzet 453.363 396.906
 
Totaal 2.218.660 2.108.962
De toename van de omzet van €109,7 miljoen is inclusief een negatief valuta-effect van €40,7 miljoen, waarbij het netto effect van acquisities en desinvesteringen zorgde voor een toename van de omzet met €61,8 miljoen. Dit resulteert in een toename van de autonome omzet met €88,6 miljoen. Deze toename wordt verklaard door een toename in het volume in combinatie met een stijging van de prijzen van grondstoffen en energie. 

De overige omzet heeft voornamelijk betrekking op leveringen van enkelvoudige voeders, overige handelsproducten alsmede dienstverlening (deze categorieën zijn individueel allen immaterieel voor separate presentatie).

 

 

 

 

 

 

2.2.2.5 9. Kosten van grond- en hulpstoffen

De stijging van de kosten van grond- en hulpstoffen wordt verklaard door  een toename in het volume in combinatie met een stijging van de prijs van de grondstoffen, gecompenseerd door een negatief valuta-effect.

In 2017 is op voorraden een bedrag van €40 duizend voorzien (2016: €35 duizend), wat is verwerkt in de kosten van grond- en hulpstoffen.

2.2.2.6 10. Overige bedrijfsopbrengsten

2017

De overige bedrijfsopbrengsten in 2017 bestaan met name uit een ontvangen nabetaling van €0,3 miljoen inzake de verkoop van Adaptris (Verenigd Koninkrijk) en de verkoop van overige vaste bedrijfsmiddelen in Nederland ter hoogte van €0,2 miljoen.

2016

De overige bedrijfsopbrengsten bevatten in 2016 onder meer bedragen voor de desinvestering in Leafield Feeds Ltd. (Verenigd Koninkrijk), €0,8 miljoen, de verkoop van transportmiddelen van Wheyfeed Ltd. (Verenigd Koninkrijk), €0,4 miljoen, de verkoop van de bedrijfshal in Doetinchem (Nederland), €0,1 miljoen, en de verkoop van grond in Oss (Nederland), €0,9 miljoen. Deze laatste werd eerder geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop. Voor nadere informatie zie noot 7 en 25. 

2.2.2.7 11. Bedrijfslasten

De stijging van de bedrijfslasten bedraagt €3,3 miljoen, ondanks een daling van €7,7 miljoen als gevolg van een valuta-effect. Het effect van acquisities en desinvesteringen bedraagt €0,7 miljoen. De autonome stijging van de bedrijfslasten bedroeg derhalve €10,3 miljoen.

A. Overige bedrijfskosten

In duizenden euro 2017 2016
 
Energie, transport en onderhoudskosten 116.822 112.162
Verkoopkosten 5.805 9.813
Overige 45.096 44.927
 
Totaal 167.723 166.902

De overige bedrijfskosten stijgen met €0,8 miljoen, ondanks een daling van €3,5 miljoen veroorzaakt door valuta-effecten. Het effect van acquisities en desinvesteringen is nihil. De autonome stijging van de overige bedrijfskosten komt daarmee op €4,3 miljoen. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door hogere kosten voor energie/brandstof, transport en onderhoudskosten. De verkoopkosten zijn met name lager door een netto vrijval van de voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot handelsvorderingen ter hoogte van €1,6 miljoen (2016: netto toevoeging van €0,9 miljoen). De overige bedrijfskosten in 2016 bevatten ook eenmalige kosten met betrekking tot de beursnotering (€1,5 miljoen). Verder waren de automatiseringskosten hoger in 2017 en waren de kosten voor tijdelijk personeel hoger in 2017.

B. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling

De kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedroegen in 2017 €5,6 miljoen (2016: €4,8 miljoen). Deze kosten hebben hoofdzakelijk betrekking op de kosten van nutritionele specialisten, productmanagers en laboratoriummedewerkers.

C. Honoraria van de accountant

De volgende honoraria van KPMG Accountants N.V. zijn ten laste gebracht van de Groep, haar dochtermaatschappijen en andere maatschappijen die zij consolideert, een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW.

In duizenden euro KPMG Accountants NV Overig KPMG netwerk Totaal KPMG
2017      
Onderzoek van de jaarrekening 569 347 916
Andere controleopdrachten 30 38 68
Adviesdiensten op fiscaal terrein - - -
Andere niet-controlediensten - - -
 
Totaal 599 385 984
 
2016      
Onderzoek van de jaarrekening 569 371 940
Andere controleopdrachten 22 36 58
Adviesdiensten op fiscaal terrein - - -
Andere niet-controlediensten - - -
 
Totaal 591 407 998

De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening, ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar zijn verricht. De overige accountantskosten (dit zijn de 'Andere controleopdrachten') zijn verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht.

De opdrachten naast de controle van de jaarrekening hebben betrekking op specifiek overeengekomen werkzaamheden met betrekking tot bestuurdersbezoldiging, bonusdoelstellingen en bankconvenanten. Daarnaast zijn diverse subsidieverklaringen afgegeven door KPMG.

2.2.2.8 12. Netto financieringslasten

In duizenden euro 2017 2016
 
Overige rentebaten 1.396 1.664
 
Totaal financieringsbaten 1.396 1.664
 
Lasten inzake omrekening vreemde valuta -180 -444
Rentelasten pensioen -1.083 -2.098
Overige rentelasten -1.195 -1.506
Overige financiële lasten -1.312 -1.144
 
Totaal financieringslasten -3.770 -5.192
 
Netto financieringslasten opgenomen in de winst-en-verliesrekening -2.374 -3.528

Als gevolg van de daling van het Britse pond is zowel in 2017 als in 2016 een verlies geleden inzake omrekening van vreemde valuta.

De overige rentebaten betreffen voornamelijk ontvangen rente op uitstaande langlopende vorderingen (leningen) en banktegoeden. De overige rentelasten betreffen voornamelijk betaalde rente op (bank)leningen en overige financieringsverplichtingen.

De toename van de overige financiële lasten wordt met name veroorzaakt door de oprenting van de voorwaardelijke vergoeding met betrekking tot de overname van Vleuten-Steijn in 2016, zie noot 6 voor meer informatie.  Daarnaast bevatten de overige financiële lasten een afschrijving van €0,4 miljoen (2016: €0,4 miljoen) met betrekking tot geactiveerde kosten voor een in 2014 afgesloten financiering, zoals nader is toegelicht onder noot 28.

 

 

 

 

 

 

 

 

2.2.2.9 13. Winst per aandeel

A. Gewone winst per aandeel

De berekening van de gewone winst per aandeel is gebaseerd op de hierna weergegeven resultaten toerekenbaar aan gewone aandeelhouders en gewogen gemiddelde aantallen uitstaande gewone aandelen.

Aan gewone aandeelhouders toe te rekenen winst
In duizenden euro 2017 2016
 
Winst over het boekjaar, toe te rekenen aan aandeelhouders van de Vennootschap 58.554 53.260
 

Gewogen gemiddeld aantal aandelen
  2017 2016
 
Gewone aandelen in omloop per 1 januari 106.261.041 106.261.041
Effect van gehouden eigen aandelen (gewogen gemiddelde gedurende het jaar) -2.183.545 -110.881
 
Gewogen gemiddeld aantal aandelen per 31 december 104.077.496 106.150.160

Gewone winst per aandeel
In euro 2017 2016
 
Gewone winst per aandeel 0,56 0,50
 

Voor het aantal uitstaande aandelen per 31 december wordt verwezen naar noot 26.

B. Verwaterde winst per aandeel

De berekening van de verwaterde winst per aandeel is gelijk aan de calculatie van de gewone winst per aandeel omdat er in 2016 en 2017 geen nieuwe aandelen zijn uitgegeven. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar noot 26.

2.2.3 Personeelsbeloningen

2.2.3.1 14. Op aandelen gebaseerde beloningsplannen

A. Beschrijving van de op aandelen gebaseerde beloningsplannen

De Groep kent twee soorten participatieplannen. Een plan heeft betrekking op de Directie en senior management (toepasselijk voor 2014, 2015, 2016 en 2017) en het andere plan heeft betrekking op de overige medewerkers (toepasselijk voor 2015, 2016 en 2017). Beide plannen zijn verder in detail uitgewerkt voor medewerkers in Nederland ('Het Nederlandse participatieplan') en voor medewerkers in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België ('Buitenlands participatieplan'). Het totaal aantal deelnemers op alle actieve participatieplannen bedraagt 24,2% (2016: 22,4%) van het totale aantal medewerkers van de Groep

De participatieplannen zijn jaarlijkse plannen die alleen van toepassing zijn in de jaren waarop ze betrekking hebben, eventuele additionele participatieplannen worden beschouwd als nieuwe plannen. Nieuwe plannen kunnen alleen worden ingevoerd na goedkeuring door de aandeelhouders op voordracht van de Raad van Commissarissen voor de inkoop van aandelen in het kader van het participatieplan.

Participatieplannen 2017

Op 27 april 2017, heeft de Groep haar medewerkers twee participatieplannen aangeboden. Een plan voor de leden van de Directie en senior management en de ander voor de overige medewerkers. Voor beide plannen moeten de deelnemers de aankomende 36 maanden in dienst blijven om in aanmerking te komen voor de korting op de certificaten van de gekochte aandelen. De medewerkers hebben het recht de certificaten te kopen tegen een korting tussen 13,5% en 20,0% van de reële waarde op de datum van toekenning. Voor het bedrag van de korting worden additionele certificaten van aandelen verstrekt. De voorwaarden van beide plannen zijn in overeenstemming met de voorwaarden van de plannen die van toepassing zijn voor 2016, met uitzondering van de lock-up periode van de certificaten die voor de Directie en senior management zijn aangepast naar 5 jaar ten opzichte van de 3 jaar die geldt voor de plannen van 2015 en 2016.

In 2017 namen 35 medewerkers (van wie 7 medewerkers werkzaam buiten Nederland) deel aan het participatieplan voor de Directie en senior management en 297 medewerkers (van wie 59 medewerkers werkzaam buiten Nederland) aan het participatieplan voor overige medewerkers.

De toekenningen van het aantal certificaten met betrekking tot de participatieplannen 2017 waren als volgt: 

In aantallen Nederland Buiten Nederland
 
Directie en senior management 210.934 12.221
Overige medewerkers 108.131 24.942

In 2017 zijn hiervan in totaal 133 toegekende certificaten geannuleerd als gevolg van uitdiensttreding.

Participatieplannen 2016 en 2015

In 2016 en 2015 heeft de Groep twee participatieplannen aangeboden aan de werknemers. Een plan voor de leden van de Directie en senior management en de ander voor de overige medewerkers. Voor alle plannen moeten de deelnemers gedurende de 36 opeenvolgende maanden in dienst blijven om in aanmerking te komen voor de korting  op de certificaten van de gekochte aandelen. De medewerker heeft het recht de certificaten te kopen tegen een korting tussen 13,5% en 20,0% van de reële waarde op de datum van toekenning. Voor het bedrag van de korting worden additionele certificaten van aandelen verstrekt.

In 2016 namen 34 medewerkers (van wie 8 buitenlandse medewerkers) deel aan het participatieplan voor de Directie en senior management en 319 medewerkers (van wie 61 buitenlandse medewerkers) aan het participatieplan voor overige medewerkers. Het totaal aantal deelnemers bedroeg 15% van het totale aantal medewerkers van de Groep. De toekenningen van het aantal certificaten met betrekking tot de participatieplannen 2016 waren als volgt:

In aantallen Nederland Buiten Nederland
 
Directie en senior management 227.020 24.615
Overige medewerkers 171.337 32.692

In 2017 zijn hiervan in totaal 750 toegekende certificaten geannuleerd als gevolg van uitdiensttreding. In 2016 hebben geen annuleringen of aanpassingen in de toekenningen plaatsgevonden.

In 2015 namen 33 medewerkers (van wie 9 buitenlandse medewerkers) deel aan het participatieplan voor de Directie en senior management en 428 medewerkers (van wie 103 buitenlandse medewerkers) aan het participatieplan voor overige medewerkers. De toekenningen van het aantal certificaten met betrekking tot de participatieplannen 2015 waren als volgt:

In aantallen Nederland Buiten Nederland
 
Directie en senior management 239.049 34.529
Overige medewerkers 297.327 73.025

In 2017 zijn hiervan in totaal 1.448 (2016: 4.825) toegekende certificaten geannuleerd als gevolg van uitdiensttreding. In 2015 hebben geen annuleringen of aanpassingen in de toekenningen plaatsgevonden. 

Verschillen Nederlandse en buitenlandse plannen

Belangrijke verschillen tussen de Nederlandse en buitenlandse participatieplannen met betrekking tot additionele certificaten van aandelen zijn als volgt:

- Nederlandse participatieplan: een voorwaarde voor definitieve toekenning houdt in dat de korting door de medewerker moet worden terugbetaald indien de medewerker binnen drie jaar na toekenning zijn dienstverband beëindigt. Alle certificaten van aandelen die zijn toegekend zijn verstrekt in respectievelijk 2017, 2016 en 2015.
- Buitenlands participatieplan: een voorwaarde voor definitieve toekenning houdt in dat de medewerker geen recht heeft op de additionele certificaten van aandelen indien de medewerker binnen drie jaar na toekenning zijn dienstverband beëindigt. Certificaten van aandelen ten behoeve van de buitenlandse medewerkers worden door de Vennootschap in bewaring gehouden en worden aan de medewerkers verstrekt wanneer ze definitief worden toegekend. De totale kosten voor de Vennootschap voor de additionele certificaten van aandelen, inclusief de te betalen loonheffing, is beperkt tot de waarde van de totale korting die is verstrekt aan een Nederlandse participant.

Participatieplan 2014

Het participatieplan 2014 is gedurende 2017 volledig afgewikkeld.

B. Bepaling van de reële waarden

Participatieplannen 2017

De waarde waartegen de medewerker (zowel leden van de Directie, senior management als overige medewerkers) de certificaten van aandelen kon verkrijgen is vastgesteld op het gemiddelde van de slotkoers die gold op Euronext in de vijf handelsdagen van 2 tot en met 8 mei 2017. Deze waarde bedroeg €8,66.

Participatieplannen 2016

De waarde waartegen de medewerker (zowel leden van de Directie, senior management als overige medewerkers) de certificaten van aandelen kon verkrijgen is vastgesteld op het gemiddelde van de slotkoers die gold op het handelsplatform in de vijf handelsdagen van 19 tot en met 25 april 2016. Deze waarde bedroeg €6,24.

Participatieplannen 2015

(i) Leden van de Directie en senior management
De waarde waartegen de medewerker de certificaten van aandelen kon verkrijgen is vastgesteld op het gemiddelde van de slotkoers die gold op het handelsplatform in de vijf handelsdagen van 20 tot en met 24 april 2015. Deze waarde bedroeg €5,04.

(ii) Overige medewerkers
De waarde waartegen de medewerker de certificaten van aandelen kon verkrijgen is vastgesteld op het gemiddelde van de slotkoers die gold op het handelsplatform in de vijf handelsdagen van 1 tot en met 5 juni 2015 en bedroeg €5,18.

De fiscale verplichtingen voor de buitenlandse werknemer zijn voor alle plannen gebaseerd op de reële waarde van de certificaten van aandelen op afwikkelingsdatum.

C. Bedragen verwerkt in de winst-en-verliesrekening en de balans

De kosten worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het participatieplan (3 jaar), zie noot 15F. De certificaten van aandelen toegekend in het Nederlandse participatieplan zijn volledig verstrekt aan medewerkers in 2017 respectievelijk 2016, 2015 en 2014. Het voorwaardelijk toegekende deel is niet verantwoord in de winst-en-verliesrekening, maar als overige vorderingen onder de handels- en overige vorderingen voor €565 duizend (2016: €569 duizend), waarvan €382 duizend is geclassificeerd als kortlopend (2016: €319 duizend als kortlopend). De cumulatieve reserve voor op aandelen gebaseerde beloning met betrekking tot het buitenlandse participatieplan bedraagt €233 duizend (2016: €187 duizend).

2.2.3.2 15. Personeelsbeloningen

Verschillende beloningsplannen zijn van toepassing in de verschillende landen waarin de Groep actief is.

In duizenden euro noot 31 december 2017 31 december 2016
 
Verplichting uit hoofde van netto toegezegd-pensioenrechten 15B 41.686 60.959
Verplichting uit hoofde van overige lange termijn beloningsplannen 15E 5.224 4.369
 
Totaal   46.910 65.328

Voor meer informatie over de personeelskosten, zie noot 15F.

A. Pensioenplannen en financiering

De Groep draagt bij aan de volgende pensioenplannen welke per cluster zijn beschreven.

Nederland

In Nederland waren tot en met 2015 de pensioenen geregeld via twee pensioenplannen. Een verzekerd toegezegd-pensioenplan was aanwezig voor de (ex) medewerkers van Hendrix. Deze onderneming is door de Groep in 2012 verworven. Daarnaast was een verzekerd toegezegde bijdrage plan aanwezig voor de (ex) ForFarmers medewerkers. Per 1 januari 2016 is de Groep een nieuw pensioenplan gestart dat van toepassing is op alle Nederlandse medewerkers, waarbij alle pensioenrechten opgebouwd tot en met 31 december 2015 achter zijn gebleven in de oude pensioenplannen.

Als gevolg daarvan zijn beide oude pensioenplannen gesloten per 31 december 2015. Vanaf die datum worden pensioenrechten opgebouwd onder het nieuwe plan op basis van een collectief toegezegde-bijdrageregeling. Een verzekeringsmaatschappij administreert het plan. Vanaf die datum resteren geen verplichtingen onder het oude ForFarmers pensioenplan. Onder het oude Hendrix pensioenplan blijft de Groep verantwoordelijk voor de verplichtingen opgebouwd tot en met 31 december 2015 en de daaraan gerelateerde gegarandeerde premies. Als gevolg daarvan wordt dit plan als toegezegd-pensioenplan verantwoord.

Samen met het nieuwe pensioenplan heeft de Groep tot een toegezegde bijdrageregeling besloten voor medewerkers met een jaarsalaris dat meer bedraagt dan €52.763. Een verzekeringsmaatschappij administreert de verplichtingen onder beide plannen met ingang van 1 januari 2016.

De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in Nederland bedraagt per 31 december 2017  €13.097 duizend (31 december 2016: €14.437 duizend). De daling van deze verplichting wordt met name veroorzaakt door de stijging van de rentevoet die als wijziging in de financiële veronderstellingen is opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten.

Duitsland / België

De Duitse deelnemingen hebben, voor een beperkt aantal mensen, toegezegd-pensioenregelingen in eigen beheer. Dit plan is reeds gesloten voor nieuwe toetreders zodat geen nieuwe verplichtingen ontstaan. De toezeggingen zijn bepaald op basis van actuariële berekeningen waarbij de van toepassing zijnde disconteringsvoet is gehanteerd. Actuariële resultaten worden direct in het eigen vermogen verantwoord als niet gerealiseerde resultaten. Het Duitse toegezegd-pensioenplan is een niet-gefinancierd plan.

In aanvulling op het toegezegd-pensioenplan in eigen beheer is een toegezegde bijdrageregeling van kracht voor alle overige medewerkers van de Duitse deelnemingen.

De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland bedraagt per 31 december 2017 €5.149 duizend (31 december 2016: €5.509 duizend).

De Belgische deelnemingen hebben twee verzekerde pensioenplannen voor hun medewerkers welke kwalificeren als toegezegd-pensioenregelingen. De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in België bedraagt per 31 december 2017 €138 duizend (31 december 2016: €185 duizend).

Verenigd Koninkrijk

In het Verenigd Koninkrijk zijn twee pensioenplannen van kracht.

Een netto toegezegd-pensioenverplichting is verantwoord in de geconsolideerde balans voor de verplichtingen van beide plannen. De fondsbeleggingen zijn gewaardeerd op reële waarde. De verplichtingen zijn bepaald op basis van actuariële berekeningen, waarbij de van toepassing zijnde disconteringsvoet is gehanteerd. Actuariële resultaten worden direct in het eigen vermogen verantwoord als niet gerealiseerde resultaten.

Het eerste plan heeft betrekking op de (ex) medewerkers van BOCM PAULS Ltd., welke onderneming is verworven door de Groep in 2012. Per 1 oktober 2006 is dit plan gesloten voor nieuwe toetreders, zodat geen nieuwe verplichtingen ontstaan. Vanaf die datum is een nieuwe regeling van kracht gebaseerd op een toegezegde bijdrage. Een verzekeringsmaatschappij administreert het plan.

Het tweede plan is een klein toegezegd-pensioenplan dat betrekking heeft op de (ex) medewerkers van HST Feeds Ltd., welke onderneming is verworven door de Groep in 2014. In dit plan worden geen nieuwe rechten opgebouwd. Beide toegezegd-pensioenplannen zijn gefinancierde plannen. De financieringsvereisten zijn gebaseerd op het actuariële berekeningsraamwerk zoals uiteengezet in het financieringsbeleid van de plannen.

Eind 2016 werd overeengekomen dat het pensioenfonds van BOCM PAULS Ltd. CPI zal toepassen als de inflatie referentie voor alle pensioenverhogingen bij uitbetaling (inclusief het gegarandeerd minimumpensioen (GMP) en het aanvullend pensioen boven GMP) en de herwaardering bij uitstel van uitbetaling (exclusief GMP). Voorheen werd RPI gebruikt als de inflatiereferentie voor pensioenverhogingen bij uitbetaling en herwaardering bij uitstel voor aanvullende pensioenen boven GMP. Deze wijziging heeft geleid tot een verlaging van de netto verplichting met ongeveer €17 miljoen op 31 december 2016, die in het eigen vermogen is opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten als gevolg van aanpassing in financiële veronderstellingen. Verder heeft de Groep in januari 2017 een aanvullende contributie gedaan van £10,0 miljoen (€11,7 miljoen) om een deel van het tekort bij het BOCM PAULS Ltd. pensioenplan aan te vullen en waardoor de netto pensioenverplichting is afgenomen.

De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in het Verenigd Koninkrijk bedraagt per 31 december 2017 €23.302 duizend (31 december 2016: €40.828 duizend). De daling van deze verplichting wordt voornamelijk veroorzaakt door de hierboven genoemde aanvullende contributie, het wisselkoerseffect als gevolg van de daling van het Britse pond en het rendement op de fondsbeleggingen.

Change layout to 1 column

B. Mutatie in de netto toegezegd-pensioenverplichting

De volgende tabel geeft de aansluiting weer tussen de openingsbalans en de balans per einde boekjaar voor de verplichting uit hoofde van toegezegd pensioen en de componenten daarvan.

2017
In duizenden euro Bruto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Reële waarde van fondsbeleggingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (niet-gefinancierde plannen) Totale netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen
 
Stand op 1 januari 292.605 -237.155 55.450 5.509 60.959
 
Opgenomen in resultaat
Aan dienstjaar toegekende pensioenkosten 281 - 281 14 295
Administratieve kosten - 641 641 - 641
Rentelasten (baten) 7.005 -6.002 1.003 80 1.083
  7.286 -5.361 1.925 94 2.019
 
Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten
Actuariële verliezen (winsten) als gevolg van:          
demografische veronderstellingen -2.222 - -2.222 - -2.222
financiële veronderstellingen -774 - -774 -143 -917
aanpassingen op grond van ervaringen 1 - 1 -7 -6
Rendement op fondsbeleggingen, exclusief rentebaten - -2.013 -2.013 - -2.013
Verliezen (winsten) in verband met herwaardering -2.995 -2.013 -5.008 -150 -5.158
Effect wisselkoerswijzigingen -6.976 5.742 -1.234 - -1.234
  -9.971 3.729 -6.242 -150 -6.392
 
Overig
Bijdragen door de werkgever (aan fondsbeleggingen) - -14.596 -14.596 - -14.596
Rechtstreeks door de werkgever uitbetaalde vergoedingen - - - -304 -304
Uit fondsbeleggingen uitbetaalde vergoedingen -10.053 10.053 - - -
  -10.053 -4.543 -14.596 -304 -14.900
 
Stand op 31 december 279.867 -243.330 36.537 5.149 41.686

2016
In duizenden euro Bruto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Reële waarde van fondsbeleggingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (niet-gefinancierde plannen) Totale netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen
 
Stand op 1 januari 279.520 -217.610 61.910 5.306 67.216
 
Opgenomen in resultaat
Aan dienstjaar toegekende pensioenkosten 260 - 260 14 274
Administratieve kosten - 650 650 - 650
Rentelasten (baten) 9.013 -7.028 1.985 113 2.098
  9.273 -6.378 2.895 127 3.022
 
Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten
Actuariële verliezen (winsten) als gevolg van: -340 - -340 - -340
demografische veronderstellingen 35.582 - 35.582 414 35.996
financiële veronderstellingen 5.696 - 5.696 -34 5.662
aanpassingen op grond van ervaringen - -40.791 -40.791 - -40.791
Rendement op fondsbeleggingen, exclusief rentebaten - - - - -
Verliezen (winsten) in verband met herwaardering 40.938 -40.791 147 380 527
Effect wisselkoerswijzigingen -30.528 23.466 -7.062 - -7.062
  10.410 -17.325 -6.915 380 -6.535
 
Overig
Bijdragen door de werkgever (aan fondsbeleggingen) - -2.440 -2.440 - -2.440
Rechtstreeks door de werkgever uitbetaalde vergoedingen - - - -304 -304
Uit fondsbeleggingen uitbetaalde vergoedingen -6.598 6.598 - - -
  -6.598 4.158 -2.440 -304 -2.744
 
Stand op 31 december 292.605 -237.155 55.450 5.509 60.959

De winst in verband met herwaardering (dit zijn actuariële verliezen/winsten en rendement op fondsbeleggingen) van €5.158 duizend (2016: verlies €527 duizend) bedraagt na belastingen €4.168 duizend (2016: verlies €210 duizend), zie noot 16B. De verandering in het actuarieel resultaat in verband met herwaardering, ten opzichte van 2016, is voornamelijk het gevolg van de stijging van de disconteringsvoet in 2017 (in 2016 was sprake van een daling van de disconteringsvoet) en het rendement op de fondsbeleggingen. Voor geen van de toegezegd-pensioenplannen is de reële waarde van de fondsbeleggingen hoger dan de brutoverplichting.

Change layout to 2 columns

C. Activa in het plan

Periodiek wordt een 'Asset-Liability Matching' studie uitgevoerd waarin de consequenties van het strategische investeringsbeleid worden geanalyseerd. Gebaseerd op de marktsituatie is een strategische activa-mix vastgesteld bestaande uit aandelen, obligaties, onroerend goed, geldmiddelen en overige investeringen in overwegend actieve markten. Dit kan als volgt worden weergegeven: 

Reële waarde
In duizenden euro 31 december 2017 31 december 2016
 
Aandelen 40.317 43.155
Vastgoed 506 7.649
Obligaties 107.484 108.374
Liquide middelen en overige activa 18.743 853
Overig (verzekeringscontracten) 76.280 77.124
 
Totaal 243.330 237.155

D. Toegezegd-pensioenverplichting

Risico blootstelling

De toegezegd-pensioenregelingen stellen de Groep bloot aan actuariële risico’s, zoals het langlevenrisico, valutarisico’s, renterisico’s en markt (investerings) risico.

Actuariële aannames 

De belangrijkste actuariële aannames per de balansdatum kunnen als volgt worden weergegeven (uitgedrukt als gewogen gemiddelden):

Actuariële veronderstellingen
  2017 2016
Gewogen gemiddelde veronderstellingen om de bruto verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenrechten te bepalen
 
Disconteringsvoet 1,50% - 2,55% 1,40% - 2,70%
Toekomstige salarisgroei n.v.t. n.v.t.
Toekomstige pensioensgroei 1,50% - 2,95% 1,50% - 3,10%
Inflatie 1,50% - 3,10% 1,50% - 3,15%
Salarisverhoging(1) 1,00% 1,00%
 
Gewogen gemiddelde veronderstellingen om de kosten van de toegezegd-pensioenregelingen te bepalen
Disconteringsvoet 1,40 % - 2,70% 2,00% - 3,90%
Toekomstige salarisgroei n.v.t. n.v.t.
Toekomstige pensioensgroei 1,50% - 3,10% 1,50% - 2,90%
Inflatie 1,50% - 3,15% 1,50% - 3,00%
Salarisverhoging(1) 1,00% 1,00%
 
(1) Alleen van toepassing voor België

 
Aannames met betrekking tot toekomstige sterftecijfers zijn gebaseerd op gepubliceerde statistieken en sterftetafels:

  • Nederland (gefinancierde plannen): AG2016

  • Duitsland (niet-gefinancierde plannen): RT Heubeck 2005G

  • België (gefinancierde plannen): MR/FR-5

  • Verenigd Koninkrijk (gefinancierde plannen): CMI Mortality Projects Model 'CMI_2016'

De actuele verwachte levensduur van de toegezegd-pensioenverplichting op de balansdatum kan als volgt worden weergegeven (uitgedrukt in gewogen gemiddelden):

  2017 2016
Levensverwachting op 65-jarige leeftijd voor huidige gepensioneerden
Mannen 20,0 20,2
Vrouwen 23,0 24,0
 
Levensverwachting op 65-jarige leeftijd voor huidige deelnemers van 40 jaar
Mannen 22,6 22,7
Vrouwen 25,3 25,7

Op 31 december 2017 bedroeg de gewogen gemiddelde looptijd van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 18,0 jaar (31 december 2016: 18,3 jaar).

Gevoeligheidsanalyse

Redelijkerwijs mogelijke wijzigingen op de verslagdatum in een van de relevante actuariële veronderstellingen, waarbij andere veronderstellingen constant blijven, zouden de volgende invloed hebben op de brutoverplichting ten bedrage van €285 miljoen (31 december 2016: €298 miljoen) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten:

In duizenden euro 31 december 2017 31 december 2016
 
Daling rekenrente met 0,25% 13.075 14.286
Stijging rekenrente met 0,25% -12.317 -13.382
Daling inflatie met 0,25% -7.604 -7.386
Stijging inflatie met 0,25% 7.990 7.766
Stijging levensverwachting met 1 jaar 8.802 9.220

Bijdragen werkgever 

De Groep verwacht een bedrag van €3,4 miljoen aan pensioenbijdragen te betalen aan de toegezegd-pensioenregelingen in 2018 (verwachting voor 2017 was: €15,7 miljoen). Deze daling ten opzichte van vorig jaar is het gevolg van de eenmalige contributie van £10,0 miljoen van ForFarmers in januari 2017 om een deel van het tekort bij het BOCM PAULS Ltd. (Verenigd Koninkrijk) pensioenplan aan te vullen (zie noot 15A).

E. Overige lange termijn beloningsplannen

De verplichtingen en kosten met betrekking tot de overige lange termijn beloningsplannen hebben betrekking op de jubileumuitkeringen voor medewerkers in Nederland, Duitsland en België en op een lange termijn beloningsplan voor de Directie. 

F. Personeelskosten

In duizenden euro noot 2017 2016
 
Lonen en salarissen   122.546 123.241
Sociale lasten   15.769 15.460
Pensioenkosten   10.618 9.476
Kosten van overige lange termijn beloningsplannen 15E 1.940 1.917
Op aandelen gebaseerde betalingen met afwikkeling in eigenvermogensinstrumenten 14 556 371
Op aandelen gebaseerde betalingen met afwikkeling in geldmiddelen 14 - 77
 
Totaal   151.429 150.542

De personeelskosten stijgen met €0,9 miljoen, hierin is begrepen een daling van €2,8 miljoen veroorzaakt door een valuta-omrekeningsverschil en een daling van €0,7 miljoen door het effect van acquisities en desinvesteringen. De autonome stijging bedraagt derhalve €4,4 miljoen. De stijging wordt veroorzaakt door de stijging van het aantal medewerkers, deels gecompenseerd door lagere toevoegingen aan de herstructureringsvoorziening.

De kosten met betrekking tot de via het eigen vermogen verantwoorde op aandelen gebaseerde betalingen hebben betrekking op de verstrekte (certificaten van) aandelen in de Groep in het kader van het medewerkersparticipatieplan in 2017, 2016 en 2015 zoals nader is toegelicht onder noot 14.

 

Door de aanpassing van de lock-up periode van de op aandelen gebaseerde beloningsplannen is geen sprake meer van op aandelen gebaseerde betalingen met afwikkeling in geldmiddelen, zie voor meer informatie noot 14A.

De pensioenkosten zijn als volgt gespecificeerd:

In duizenden euro noot 2017 2016
 
Aan dienstjaar toegekende pensioenkosten 15B 295 274
Administratieve kosten 15B 641 650
Kosten met betrekking tot toegezegd-pensioenregelingen   936 924
Bijdragen aan toegezegde-bijdrageregelingen   9.682 8.552
Pensioenkosten   10.618 9.476

De rentelasten met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen ten bedrage van €1.083 duizend (2016: €2.098 duizend) zijn verantwoord onder de financieringslasten.

Zie noot 15A voor aanvullende informatie over de pensioenplannen. 

Aantal medewerkers per personeelscategorie 2017
Omgerekend naar volledige dienstverbanden Nederland Buiten Nederland Totaal
 
Productie 223 379 602
Logistiek 153 515 668
Marketing en Sales 283 324 607
Inkoop 19 12 31
Administratie 54 65 119
Management 36 18 54
Overig 123 121 244
 
Stand op 31 december 891 1.434 2.325

 

Aantal medewerkers per personeelscategorie 2016
Omgerekend naar volledige dienstverbanden Nederland Buiten Nederland Totaal
 
Productie 217 361 578
Logistiek 159 506 665
Marketing en Sales 267 320 587
Inkoop 17 18 35
Administratie 49 62 111
Management 35 22 57
Overig 113 127 240
 
Stand op 31 december 857 1.416 2.273

Verloop aantal medewerkers
Omgerekend naar volledige dienstverbanden 2017 2016
 
Stand op 1 januari 2.273 2.370
Acquisities 3 4
Desinvesteringen - -43
Indiensttredingen 340 263
Uitdiensttredingen -291 -321
 
Stand op 31 december 2.325 2.273

De toename van 52 medewerkers omgerekend naar volledige dienstverbanden is met name het gevolg van het verder versterken van de organisatie en gerelateerd aan het gestegen verkochte volume (in 2016: toename 4; als gevolg van de acquisitie van Vleuten-Steijn in Nederland).

2.2.4 Winstbelastingen

2.2.4.1 16. Winstbelastingen

A. Bedragen verwerkt in de winst-en-verliesrekening

In duizenden euro 2017 2016
 
Actuele belastinglast
Actuele belastinglast huidig boekjaar 18.076 15.191
Aanpassing voorgaande boekjaren -939 318
Totaal 17.137 15.509
 
Uitgestelde belasting
Uitgestelde belasting huidig boekjaar -162 -15
Wijziging belastingtarief 116 -306
Opname/afwaardering van uitgestelde belastingvorderingen -444 -99
Aanpassing voorgaande boekjaren -418 -745
Totaal -908 -1.165
 
Totale belastinglast 16.229 14.344

2.2.4.1.1

Change layout to 1 column

De totale belastinglast is exclusief het aandeel van de Groep in de belastinglast van haar deelneming verwerkt volgens de ‘equity’- methode van €907 duizend (2016: €889 duizend), welk bedrag is opgenomen in de post Aandeel in resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode (na belastingen), zie noot 16G.

2.2.4.1.2

B. Bedragen verwerkt in niet-gerealiseerde resultaten

    2017     2016  
In duizenden euro Vóór belasting Belasting- bate (-last) Na belasting Vóór belasting Belasting- bate (-last) Na belasting
 
Posten die nooit zullen worden overgeboekt naar het resultaat
Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen 5.158 -990 4.168 -527 317 -210
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - aandeel in niet-gerealiseerde resultaten 5 - 5 -1 - -1
 
Posten die zijn of kunnen worden overgeboekt naar het resultaat
Buitenlandse activiteiten - valuta omrekeningsverschillen -2.373 290 -2.083 -9.495 1.381 -8.114
Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van reële waardeveranderingen 8 -2 6 657 -164 493
Kasstroomafdekkingen - geherclassificeerd naar de winst-en-verliesrekening / balans -44 11 -33 -621 155 -466
 
Totaal 2.754 -691 2.063 -9.987 1.689 -8.298
 
Actuele belastingbate (-last)   290     1.381  
Uitgestelde belastingbate (-last)   -981     308  
 
Totaal   -691     1.689  

2.2.4.1.2.1

Binnen de Groep zijn leningen verstrekt tussen verschillende deelnemingen. Twee van de leningen in het Verenigd Koninkrijk worden geacht deel uit te maken van de netto-investering in de deelnemingen en als gevolg daarvan worden valuta-omrekeningsverschillen op deze leningen in de niet-gerealiseerde resultaten verantwoord. Voor de berekening van de winstbelasting zijn deze valuta-omrekeningsverschillen belast of aftrekbaar.

Omdat valuta-omrekeningsverschillen worden verantwoord via de niet-gerealiseerde resultaten worden de daaraan gerelateerde lopende belastingen eveneens verantwoord als niet-gerealiseerde resultaten. In 2017 bedroeg dit bedrag €290 duizend positief (2016: €1.381 duizend positief).

2.2.4.1.3

  

C. Aansluiting van het effectieve belastingtarief

In duizenden euro 2017   2016  
Winst vóór belastingen   75.532   68.121
Minus het deel van de winst van deelnemingen verantwoord volgens de 'equity'-methode, na belasting   -3.884   -3.816
Winst vóór belastingen minus de winst van deelnemingen verantwoord volgens de 'equity'-methode, na belasting   71.648   64.305
 
Winstbelastingen op basis van het Nederlandse nominale belastingtarief 25,0% 17.912 25,0% 16.076
Effect van belastingtarieven in buitenlandse jurisdicties 0,9% 611 0,0% -17
Wijziging in belastingtarief 0,2% 116 -0,5% -306
Belastingeffect van:
Niet-aftrekbare kosten 0,8% 625 1,1% 698
Fiscale subsidies -1,7% -1.234 -2,5% -1.581
Opname/afwaardering van uitgestelde belastingvorderingen -0,6% -444 -0,1% -99
Aanpassingen van vorige jaren -1,9% -1.357 -0,7% -427
 
Totaal 22,7% 16.229 22,3% 14.344

D. Mutaties in uitgestelde belastingsaldi

Uitgestelde belastinglast hangt samen met de volgende onderdelen
2017           Balans op 31 december
In duizenden euro Netto balanspositie op 1 januari Opgenomen in winst- en verliesrekening Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten Verworven via bedrijfscombinaties en desinvesteringen Herclassificatie en overig (1) Netto Uitgestelde belastingvorderingen Uitgestelde belastingverplichtingen
 
Materiële vaste activa -14.289 963 - - 180 -13.146 1.311 -14.457
Immateriële activa -4.936 443 - -96 165 -4.424 2.827 -7.251
Voorraden en biologische activa 120 74 - - - 194 240 -46
Vorderingen en andere activa -825 324 - - 182 -319 113 -432
Derivaten -9 - 9 - - - - -
Personeelsbeloningen 11.441 -912 -990 - 200 9.739 9.739 -
Overige langlopende voorzieningen en verplichtingen - 196 - - -164 32 49 -17
Op aandelen gebaseerde betalingen met afwikkeling in eigenvermogensinstrumenten - - - - - - - -
Overige verplichtingen 265 -222 - - -690 -647 147 -794
Fiscale verliezen en fiscale winsten 1.588 42 - - - 1.630 1.630 -
Saldering - - - - - - -13.058 13.058
 
Uitgestelde belastingvorderingen (verplichtingen) -6.645 908 -981 -96 -127 -6.941 2.998 -9.939
 
(1) Dit betreft met name omrekenverschillen op balansposten in Britse ponden.

Uitgestelde belastinglast hangt samen met de volgende onderdelen
2016         Balans op 31 december
In duizenden euro Netto balanspositie op 1 januari Opgenomen in winst- en verliesrekening Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten Verworven via bedrijfscombinaties en desinvesteringen Herclassificatie en overig (1) Netto Uitgestelde belastingvorderingen Uitgestelde belastingverplichtingen
 
Materiële vaste activa -15.047 432 - - 326 -14.289 700 -14.989
Immateriële activa -3.816 468 - -2.260 672 -4.936 2.573 -7.509
Voorraden en biologische activa 7 6 - - 107 120 120 -
Vorderingen en andere activa -265 -468 - - -92 -825 137 -962
Derivaten - - -9 - - -9 - -9
Personeelsbeloningen 13.005 309 317 - -2.190 11.441 11.441 -
Overige langlopende voorzieningen en verplichtingen - - - - - - - -
Op aandelen gebaseerde betalingen met afwikkeling in eigenvermogensinstrumenten - - - - - - - -
Overige verplichtingen -699 715 - - 249 265 1.130 -865
Fiscale verliezen en fiscale winsten 960 -297 - - 925 1.588 2.158 -570
Saldering - - - - - - -15.029 15.029
 
Uitgestelde belastingvorderingen (verplichtingen) -5.855 1.165 308 -2.260 -3 -6.645 3.230 -9.875
 
(1) Dit betreft met name omrekenverschillen op balansposten in Britse ponden.

2.2.4.1.4

De Groep verwacht dat de opgenomen posten voor belastingverplichtingen toereikend zijn voor de nog niet afgewikkelde jaren, gebaseerd op een evaluatie van veel factoren, waaronder interpretatie van de belastingwetgeving en ervaringen uit het verleden. De Groep saldeert belastingvorderingen en belastingverplichtingen uitsluitend en alleen indien er een afdwingbaar recht is op compensatie. Ter zake van de uitgestelde belastingvorderingen acht de Groep - op basis van de vooruitzichten - dat er voldoende toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn om de uitgestelde belastingvordering te benutten.

E. Niet opgenomen uitgestelde belastingvorderingen

Uitgestelde belastingvorderingen zijn niet volledig opgenomen voor zover het de compensabele verliezen betreft in Duitsland, omdat de Directie niet zeker is dat voldoende winsten zullen worden gegenereerd waarmee deze verliezen kunnen worden gecompenseerd. De niet gewaardeerde belastingvorderingen zijn opgenomen in het overzicht van niet-gewaardeerde fiscale verliezen voor een bedrag van €3,2 miljoen per 31 december 2017 (31 december 2016: €3,9 miljoen), met een belastingeffect van €0,9 miljoen (31 december 2016: €1,1 miljoen). De compensabele verliezen zijn onbeperkt voorwaarts verrekenbaar, maar de Directie hanteert een periode van 10 jaar om vast te stellen of fiscale verliezen gecompenseerd kunnen worden.

Daarnaast zijn uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot fiscale verliezen op de verkoop van onroerend goed in het Verenigd Koninkrijk niet opgenomen. Het betreft een bedrag per 31 december 2017 ter grootte van €2,7 miljoen (31 december 2016: €3,2 miljoen), met een belastingeffect van €0,5 miljoen (31 december 2016: €0,6 miljoen). Deze compensabele verliezen kunnen alleen worden gecompenseerd met toekomstige winsten op de verkoop van specifieke activa, zoals onroerend goed. Omdat de Directie niet voornemens is over te gaan tot verkoop van onroerend goed, is aanwending van deze fiscale verliezen hoogst onzeker en zijn deze compensabele verliezen niet gewaardeerd.

In 2017 wordt in Nederland een uitgestelde belastingvordering opgenomen voor onroerende zaken waarbij de fiscale waarde per einde boekjaar hoger is dan de commerciële waarde en waarbij geen voornemen tot verkoop of sloop bestaat. Dit betreft een bedrag per 31 december 2017 ter grootte van €2,8 miljoen (31 december 2016: €2,9 miljoen), met een belastingeffect van €0,7 miljoen (31 december 2016: €0,7 miljoen).

F. Fiscale eenheid

De Groep en de Nederlandse dochtermaatschappijen waarin de Groep een 100% belang heeft vormen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, waarvan ForFarmers N.V. het groepshoofd is. Voor de BTW bestaat een vergelijkbare fiscale eenheid voor de Nederlandse dochtermaatschappijen. Deze fiscale eenheid bevat ook de meerderheidsaandeelhouder Coöperatie FromFarmers U.A., welke het hoofd is van deze fiscale eenheid. Bij het hoofd van de fiscale eenheid wordt de volledige actuele vordering of schuld aan de fiscus in de balans opgenomen. Verrekening van belastingen binnen de fiscale eenheid vinden plaats alsof ieder vennootschap zelfstandig belastingplichtig is. Iedere vennootschap die deel uitmaakt van de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de fiscale verplichtingen van de fiscale eenheid als geheel. Per 1 januari 2018 is de Coöperatie FromFarmers U.A. geen onderdeel meer van de fiscale eenheid voor de BTW en is ForFarmers N.V. het groepshoofd.

Een aantal vennootschappen in Duitsland vormen een fiscale eenheid voor de winstbelastingen (‘Organschaft’ voor ‘Körperschaftsteuer‘ en ‘Gewerbesteuer’). Verrekening van belastingen binnen de fiscale eenheid vinden plaats alsof ieder vennootschap zelfstandig belastingplichtig is.

De vennootschappen in het Verenigd Koninkrijk vormen een fiscale eenheid voor de winstbelastingen (‘Group Relief’) en BTW. Verrekening van belastingen binnen de fiscale eenheid vinden plaats alsof ieder vennootschap zelfstandig belastingplichtig is.

Belastingtarieven

  2017 2016
Belastingtarieven    
Nederland 25,00% 25,00%
Duitsland (gemiddeld) 28,38% 28,90%
België 33,99% 33,99%
Verenigd Koninkrijk (gemiddeld) 19,25% 20,00%

Belastingdruk

  2017 2016
Belastingdruk    
Nederland 22,04% 23,27%
Duitsland 25,19% 24,49%
België 36,19% 27,94%
Verenigd Koninkrijk 1,60% 15,80%

De hierboven genoemde effectieve belastingdruk wijkt af van het wettelijke vennootschapsbelastingtarief onder andere door de volgende onderwerpen:

Nederland

De effectieve belastingdruk is lager vanwege innovatie box voordelen en het waarderen van de uitgestelde belastingvorderingen voor onroerende zaken waarbij de fiscale waarde hoger is dan de commerciële waarde per einde boekjaar. Deze uitgestelde belastingvorderingen waren in het verleden niet gewaardeerd.

Duitsland

De effectieve belastingdruk is lager vanwege het waarderen van de uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot de netto operationele verliezen.

België

De effectieve belastingdruk is hoger vanwege niet aftrekbare kosten en de herwaardering van de uitgestelde belastingvorderingen als gevolg van een wijziging in het belastingtarief.

Verenigd Koninkrijk

De effectieve belastingdruk is lager vanwege een aanpassing met betrekking tot voorgaande jaren. Deze aanpassing heeft met name betrekking op het waarderen van de uitgestelde belastingvordering in relatie tot activa die voor fiscale aftrek in aanmerking komen.

G. Belastingen op deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode

Vennootschapsbelasting op de resultaten van HaBeMa worden met de belastingautoriteiten afgerekend door ForFarmers Langförden, Duitsland (indirect aandeelhouder). De resultaten van HaBeMa worden verantwoord op basis van de ‘equity’-methode en worden gepresenteerd in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening na aftrek van winstbelastingen. Deze lasten uit hoofde van winstbelasting worden in mindering gebracht op het aandeel in het resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode en bedroegen in 2017 €907 duizend (2016: €889 duizend).

Handelsbelastingen met betrekking tot HaBeMa (‘Gewerbesteuer’) worden gedragen door HaBeMa zelf.

 

2.2.5 Activa

2.2.5.1 17. Materiële vaste activa

Change layout to 1 column

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro Grond & gebouwen Machines & installaties Andere vaste bedrijfsmiddelen Activa in uitvoering Totaal
Kostprijs
Stand op 1 januari 2016 153.721 203.570 55.050 8.013 420.354
Verworven via bedrijfscombinaties - - 104 - 104
Desinvesteringen -121 -905 - -143 -1.169
Verworven 513 3.818 7.348 19.938 31.617
Herclassificatie activa in uitvoering 154 14.750 354 -15.258 -
Herclassificatie - -21.111 21.111 - -
Afgestoten - -3.767 -3.134 -139 -7.040
Effect van wijzigingen in wisselkoersen -9.356 -13.986 -1.024 -1.028 -25.394
Stand op 31 december 2016 144.911 182.369 79.809 11.383 418.472
 
Stand op 1 januari 2017 144.911 182.369 79.809 11.383 418.472
Verworven via bedrijfscombinaties - - 35 - 35
Desinvesteringen - - - - -
Verworven 4.848 6.826 6.301 20.253 38.228
Herclassificatie 27.849 5.360 -19.121 -14.088 -
Herclassificatie van immateriële activa - - 413 - 413
Herclassificatie activa aangehouden voor verkoop -901 -1.461 - - -2.362
Afgestoten -675 -3.722 -2.618 -141 -7.156
Effect van wijzigingen in wisselkoersen -1.036 -1.334 -1.040 -334 -3.744
Stand op 31 december 2017 174.996 188.038 63.779 17.073 443.886
 
Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen
Stand op 1 januari 2016 -62.623 -123.046 -36.954 - -222.623
Verworven via bedrijfscombinaties - - -65 - -65
Desinvesteringen 73 528 - - 601
Afschrijvingen -3.688 -9.754 -6.936 - -20.378
Herclassificatie - 5.735 -5.735 - -
Afgestoten - 3.585 1.969 - 5.554
Effect van wijzigingen in wisselkoersen 5.576 4.924 2.688 - 13.188
Stand op 31 december 2016 -60.662 -118.028 -45.033 - -223.723
 
Stand op 1 januari 2017 -60.662 -118.028 -45.033 - -223.723
Verworven via bedrijfscombinaties - - - - -
Desinvesteringen - - - - -
Afschrijvingen -4.791 -9.279 -5.290 - -19.360
Bijzonder waardeverminderingsverlies -576 -1.359 - - -1.935
Herclassificatie -17.729 1.032 16.697 - -
Herclassificatie van immateriële activa - - -279 - -279
Herclassificatie activa aangehouden voor verkoop 181 771 - - 952
Afgestoten 270 3.424 1.749 - 5.443
Effect van wijzigingen in wisselkoersen 204 193 523 - 920
Stand op 31 december 2017 -83.103 -123.246 -31.633 - -237.982
 
Boekwaarden
Op 1 januari 2016 91.098 80.524 18.096 8.013 197.731
Op 31 december 2016 84.249 64.341 34.776 11.383 194.749
Op 31 december 2017 91.893 64.792 32.146 17.073 205.904

Change layout to 2 columns

Als onderdeel van de periodieke herbeoordeling van de verwachte resterende economische levensduur van de materiele vaste activa zijn, met ingang van 1 januari 2017, de afschrijvingstermijnen en indien van toepassing de restwaarde van de materiele vaste activa herzien. Dit heeft over het algemeen geresulteerd in een verlenging van de afschrijvingstermijn waarbij afschrijvingslasten op basis van deze herziene afschrijvingstermijnen €2,4 miljoen lager zijn ten opzichte van de voorheen gehanteerde afschrijvingstermijnen. In Nederland, Duitsland en België heeft dit tot lagere afschrijvingskosten geleid, terwijl de afschrijvingskosten in het Verenigd Koninkrijk zijn toegenomen.

Tevens zijn als gevolg van de periodieke herbeoordeling van de materiële vaste activa items die onjuist gerubriceerd stonden gecorrigeerd, wat heeft geleid tot een herclassificatie binnen de materiële vaste activa en tussen materiële vaste activa en immateriële vaste activa.

In het Verenigd Koninkrijk is gestart met de bouw van een nieuwe productiefaciliteit (Exeter). Hiermee is een investering gemoeid van £10,4 miljoen (tegen koers van 31 december 2017 omgerekend €11,3 miljoen), waarvan de fabriek (£9,5 miljoen) reeds in gebruik is genomen en het restant is verantwoord als activa in uitvoering. Tevens is in het Verenigd Koninkrijk gedurende 2017 een nieuw centraal kantoor (Bury St. Edmunds) in gebruik genomen, wat tot een totale investering van £3,8 miljoen (tegen koers van 31 december 2017 omgerekend €4,5 miljoen) heeft geleid. De overige investeringen in 2017 bestaan met name uit een nieuw proces beheersingssysteem (€3,1 miljoen), de renovatie van bulksilo's (€2,2 miljoen), vrachtwagens (€7,4 miljoen), en de vervanging van een maal-menglijn (€1,0 miljoen).

De herclassificatie naar activa aangehouden voor verkoop ter hoogte van €1,4 miljoen heeft betrekking op de eind 2017 aangekondigde verkoop van vrachtwagens aan Baks en de verkoop van de akkerbouwactiviteiten aan CZAV. Zie noot 25 en 37 voor meer informatie.

Van de in 2017 verworven materiële vaste activa ter hoogte van €38,2 miljoen is per jaareinde €36,6 miljoen betaald en het restant is als verplichting in de balans opgenomen.

B. Bijzondere waardeverminderingen

Als gevolg van het supply chain optimalisatieplan in het Verenigd Koninkrijk heeft een bijzondere waardevermindering van een fabriek plaatsgevonden ter hoogte van €1,9 miljoen. In 2016 zijn er geen indicatoren geweest voor bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste activa.

C. Lease van andere vaste bedrijfsmiddelen

De Groep least activa via een aantal financiële leasecontracten. De daarbij behorende leaseverplichtingen zijn opgenomen onder de leningen en overige financieringsverplichtingen. Per 31 december 2017 bedroeg de netto boekwaarde van de geleasede activa €101 duizend (2016: €236 duizend). De daling van de boekwaarde komt doordat geleasede activa vervangen worden door gekochte activa.

 

2.2.5.2 18. Immateriële activa en goodwill

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro Goodwill Klantenportefeuilles Handels- en merknamen Software Immateriële activa in uitvoering Totaal
Kostprijs
Stand op 1 januari 2016 52.862 38.039 878 11.244 - 103.023
Verworven via bedrijfscombinaties 15.569 9.039 - - - 24.608
Verworven - 500 - 586 963 2.049
Afgestoten - - - -30 - -30
Effect van wijzigingen in wisselkoersen -3.948 -5.124 - -1.401 - -10.473
Stand op 31 december 2016 64.483 42.454 878 10.399 963 119.177
 
Stand op 1 januari 2017 64.483 42.454 878 10.399 963 119.177
Verworven via bedrijfscombinaties 510 546 - - - 1.056
Verworven - - - 1.403 - 1.403
Herclassificatie (naar materiële vaste activa) - - - 550 -963 -413
Herclassificatie activa aangehouden voor verkoop -228 -252 -9 - - -489
Afgestoten - - - -78 - -78
Effect van wijzigingen in wisselkoersen -836 -1.093 - -299 - -2.228
Stand op 31 december 2017 63.929 41.655 869 11.975 - 118.428
 
Cumulatieve amortisatie en bijzondere waardeverminderingsverliezen
Stand op 1 januari 2016 - -7.247 -878 -5.696 - -13.821
Amortisatie - -3.356 - -2.310 - -5.666
Afgestoten - - - 24 - 24
Effect van wijzigingen in wisselkoersen - 1.056 - 1.411 - 2.467
Stand op 31 december 2016 - -9.547 -878 -6.571 - -16.996
 
Stand op 1 januari 2017 - -9.547 -878 -6.571 - -16.996
Amortisatie - -3.902 - -2.430 - -6.332
Herclassificatie naar materiële vaste activa - - - 279 - 279
Herclassificatie activa aangehouden voor verkoop - 153 9 - - 162
Afgestoten - - - 74 - 74
Effect van wijzigingen in wisselkoersen - 324 - 290 - 614
Stand op 31 december 2017 - -12.972 -869 -8.358 - -22.199
 
Boekwaarden
Op 1 januari 2016 52.862 30.792 - 5.548 - 89.202
Op 31 december 2016 64.483 32.907 - 3.828 963 102.181
Op 31 december 2017 63.929 28.683 - 3.617 - 96.229

Change layout to 2 columns

De goodwill en overige mutaties 'verworven via bedrijfscombinaties' van €1.056 duizend hebben betrekking op de acquisitie van Wilde Agriculture Ltd. (2016: in totaal €24.608 duizend verkregen immateriële activa en goodwill met betrekking tot de acquisitie van Vleuten-Steijn), zie noot 6.

De herclassificatie naar materiële vaste activa heeft betrekking op software die onjuist gerubriceerd stond, zie ook noot 17.
De herclassificatie naar activa aangehouden voor verkoop heeft betrekking op de eind 2017 aangekondigde verkoop van de akkerbouwactiviteiten aan CZAV. Zie noot 25 en 37 voor meer informatie.

B. Amortisatie

De amortisatie van klantenportefeuille, handelsmerken en software voor een totaalbedrag van €6.332 duizend (2016: €5.666 duizend) is verantwoord onder de kosten van afschrijving, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen.

C. Impairment test

(i) Impairment test op kasstroomgenererende eenheden die goodwill bevatten

Jaarlijks wordt de goodwill impairment test in het derde kwartaal uitgevoerd. Tevens wordt de test op een ander moment uitgevoerd indien sprake is van een aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering ten aanzien van goodwill. Goodwill wordt gevolgd en getest op het niveau van de clusters. De Groep evalueert, onder andere, de verhouding tussen de realiseerbare waarde en de boekwaarde, bij de evaluatie van indicatoren voor eventuele bijzondere waardeverminderingen.

De goodwill is als volgt aan de kasstroomgenererende eenheden gealloceerd:

In duizenden euro 31 december 2017 31 december 2016
 
Nederland 34.653 34.881
Duitsland/België 4.017 4.017
Verenigd Koninkrijk 25.259 25.585
 
Totaal 63.929 64.483

De afname van de goodwill in Nederland is het gevolg van een herclassificatie naar activa aangehouden voor verkoop door de verkoop van de akkerbouwactiviteiten aan CZAV in 2018, zie tevens noot 25. De mutatie in de goodwill van het Verenigd Koninkrijk is het gevolg een gewijzigde wisselkoers, deels gecompenseerd door de acquisitie van Wilde Agriculture Ltd.

Informatie over de realiseerbare waarde inclusief de belangrijkste aannames

Voor de goodwill impairment test is de realiseerbare waarde van de verschillende kasstroomgenererende eenheden gebaseerd op de bedrijfswaarde, die is bepaald door contantmaking van de toekomstige kasstromen uit het voortgezette gebruik van deze kasstroomgenererende eenheden. De bepaling van de reële waarde is ingedeeld als reële waarde van niveau 3, op basis van de input gebruikt bij de waarderings­technieken (zie noot 4).

De belangrijkste aannames die zijn toegepast voor de berekening van de 2017 bedrijfswaarde per kasstroomgenererende eenheid zijn opgenomen in onderstaande tabel.

In procenten Disconteringsvoet voor belastingen Eindwaarde groeivoet Verwachte EBITDA-groei (gemiddelde voor komende vijf jaar)
 
Nederland 9,53% 1,05% 3,97%
Duitsland/België 11,22% 1,05% 8,71%
Verenigd Koninkrijk 9,64% 1,38% 7,25%

De belangrijkste aannames die zijn toegepast voor de berekening van de 2016 bedrijfswaarde per kasstroomgenererende eenheid zijn opgenomen in onderstaande tabel.

In procenten Disconteringsvoet voor belastingen Eindwaarde groeivoet Verwachte EBITDA-groei (gemiddelde voor komende vijf jaar)
 
Nederland 10,41% 0,75% 2,90%
Duitsland/België 12,24% 0,75% 8,16%
Verenigd Koninkrijk 9,74% 1,87% 8,07%

De disconteringsvoet is een maatstaf voor belastingen, gebaseerd op het rendement op 30-jarige staatsobligaties die zijn uitgegeven in de relevante markt en in dezelfde valuta als de kasstromen, gecorrigeerd voor een risico-opslag die recht doet aan het hogere risico van beleggingen in effecten in het algemeen en het systeemrisico van de specifieke kasstroomgenererende eenheid.

De gemiddelde groeipercentages van de EBITDA zijn afgeleid van de geprognotiseerde brutowinsten welke zijn geschat rekening houdend met de gemiddelde groei van de laatste jaren en de geschatte verkoopvolumes in tonnen. Om tot de geprognotiseerde brutowinst te komen is in eerste instantie een inschatting gemaakt van de ontwikkeling van de marge per ton, niet van de ontwikkelingen van verkoopprijzen. De ontwikkeling van de prijzen van grondstoffen is moeilijk te voorspellen, echter worden deze doorbelast aan de klanten. Bij het bepalen van de kostenontwikkeling wordt rekening gehouden met het volume, de inflatie en besparingen. Het gemiddelde groeipercentage in het Verenigd Koninkrijk is gedaald ten opzichte van 2016 door een gewijzigde inschatting van de marktomstandigheden als gevolg van onder andere de mogelijke Brexit effecten. 

De bedrijfswaarden van de kasstroomgenererende eenheden zijn bepaald op basis van het budget 2017 (2016: budget 2016) en de meerjarenplannen tot en met 2020. Voor de periode na 2020 is een groeipercentage gehanteerd dat gelijk is aan de eindwaarde groeivoet, zoals in de markt gebruikelijk is.

Uitkomst van de goodwill impairment test en gevoeligheidsanalyse

De uitkomst van de goodwill impairment test laat zien dat de realiseerbare waarden de boekwaarden van de kasstroomgenererende eenheden overstijgen, waardoor geen noodzaak bestaat tot het verantwoorden van een bijzonder waardeverminderings­verlies (2016: idem).

Voor de kasstroomgenererende eenheden Nederland en Duitsland/België overstijgt de realiseerbare waarde de boekwaarde ruimschoots. Voor de kasstroomgenererende eenheid Verenigd Koninkrijk bedraagt het verschil tussen de realiseerbare waarde en de boekwaarde €7,8 miljoen (£7,1 miljoen) op basis van de aanvullende goodwill impairment test die is uitgevoerd als gevolg van een impairment trigger per jaareinde 2017. Dit beperkte verschil wordt met name veroorzaakt door een gewijzigde inschatting van de marktomstandigheden als gevolg van onder andere de mogelijke Brexit effecten in combinatie met een toename van de boekwaarde als gevolg van investeringen in vaste activa.

Een redelijke aanpassing van de aannames kan leiden tot een realiseerbare waarde die lager ligt dan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid. 

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gehanteerde belangrijkste aannames in de goodwill impairment test van het Verenigd Koninkrijk en de veranderingen die individueel kunnen leiden tot een realiseerbare waarde gelijk aan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid:

In procenten Disconteringsvoet voor belastingen Eindwaarde groeivoet Verwachte EBITDA-groei (gemiddelde voor komende vijf jaar)
 
Gehanteerde aannames 9,64% 1,38% 7,25%
Aanpassing 0,37% -0,49% -0,54%
Realiseerbare waarde gelijk aan boekwaarde 10,01% 0,89% 6,71%

In 2016 leidde een redelijke aanpassing van de aannames niet tot realiseerbare waarden lager dan de boekwaarden van de kasstroomgenererende eenheden.

(ii) Impairment test op andere immateriële activa dan goodwill

Zowel in 2017 als in 2016  heeft de Groep geen afwaardering verantwoord op andere immateriële activa dan goodwill.

2.2.5.3 19. Vastgoedbeleggingen

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro 2017 2016
 
Stand op 1 januari 830 822
Herclassificatie naar activa aangehouden voor de verkoop - -
Effect van wijzigingen in wisselkoersen - -
Overige mutaties - 8
 
Stand op 31 december 830 830
 
Kostprijs 3.735 3.735
Cumulatieve afschrijvingen -2.905 -2.905
 
Boekwaarde op 31 december 830 830

De vastgoedbeleggingen bestaan uit een aantal bedrijfspanden en terreinen die niet langer dienstbaar zijn aan de activiteiten van de Groep.

  

B. Informatie over de reële waarde

De reële waarde van de vastgoedbeleggingen is vastgesteld door externe, onafhankelijke vastgoedtaxateurs die over adequate professionele kwalificaties en ervaring beschikken en door rekening te houden met de verkoopprijzen die recent zijn overeengekomen.

De vastgestelde reële waarde voor de vastgoedbeleggingen bedroeg €2,1 miljoen (31 december 2016: €2,1 miljoen) en is geclassificeerd als een Niveau 3 reële waarde gebaseerd op de informatie die is afgeleid van markttransacties.

Onderstaande tabel geeft de waarderingstechnieken weer die zijn gebruikt in vaststelling van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen evenals de belangrijke niet waarneembare input die is gebruikt.

Change layout to 1 column

Waarderingstechniek
Type Belangrijke niet-waarneembare input Onderlinge relatie tussen belangrijke niet-waarneembare input en de bepaling van de reële waarde
Prijs van de transactie:    De geschatte reële waarde zal toenemen (afnemen) als:
De reële waarde van de vastgoedbelegging wordt vastgesteld op beschikbare marktinformatie voor grond op een vergelijkbare locatie in vergelijkbare condities • Conditie van de vastgoedbelegging
• De beoordeelde conditie van de vastgoedbelegging beter (slechter) zou zijn
  • Vergelijkbaarheid van locatie
• De locatie als een meer (minder) gewilde locatie zou worden beschouwd
  • Beoordeling van de inbaarheid van vorderingen gerelateerd aan een specifieke vastgoedbelegging in Nederland
• De inbaarheid van de gerelateerde vorderingen hoger (lager) zou worden ingeschat

2.2.5.4 20. Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'- methode

 Onderstaande tabel geeft het belang in deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-method weer:

In duizenden euro 2017 2016
 
Belang in joint venture 24.018 21.653
 

Onderstaande tabel geeft aandeel in het resultaat deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode, na belastingen weer:

In duizenden euro 2017 2016
 
Joint venture 3.884 3.816
  3.884 3.816

Joint venture

HaBeMa Futtermittel Produktions- und Umschlagsgesellschaft GmbH & Co. KG (HaBeMa) is de enige joint venture waarin de Groep participeert. HaBeMa is een van de leveranciers van de Groep en is hoofdzakelijk actief in de handel, op- en overslag van grondstoffen en productie van mengvoer in Hamburg, Duitsland.

HaBeMa is gestructureerd als een separate juridische entiteit en de Groep heeft een belang in de netto-activa van de entiteit. Op basis daarvan heeft de Groep haar participatie geclassificeerd als joint venture. De Groep heeft geen contractuele verplichtingen of voorwaardelijke verplichtingen naar HaBeMa, anders dan uit hoofde van inkopen van goederen als onderdeel van de normale bedrijfsvoering. 

Vennootschapsbelasting op de resultaten van HaBeMa met betrekking tot het belang van de Groep wordt met de belastingautoriteiten afgerekend door ForFarmers Langförden, Duitsland (indirect aandeelhouder). De resultaten van HaBeMa worden verantwoord op basis van de ‘equity’-methode en worden gepresenteerd in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening na aftrek van winstbelastingen. Deze lasten uit hoofde van winstbelasting worden in mindering gebracht op het aandeel in het resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode en bedroegen in 2017 €907 duizend (2016: €889 duizend). Handelsbelastingen met betrekking tot HaBeMa (‘Gewerbesteuer’) worden gedragen door HaBeMa zelf.

Change layout to 1 column

In onderstaande tabel wordt de financiële informatie van HaBeMa weergegeven die is verwerkt in haar jaarrekening en aangepast voor verschillen in waarderingsgrondslagen. De tabel laat ook de aansluiting zien tussen de samengevatte financiële informatie en de boekwaarde van het belang van de Groep in HaBeMa.

In duizenden euro   31 december 2017 31 december 2016
 
Percentage eigendomsbelang   50% 50%
 
Vaste activa   45.838 40.546
Geldmiddelen en kasequivalenten   203 2.376
Overige vlottende activa   26.302 21.207
Vlottende activa   26.505 23.583
Leningen en overige financieringsverplichtingen   -4.679 -5.730
Overige langlopende verplichtingen   -8.823 -9.424
Langlopende verplichtingen   -13.502 -15.154
Leningen en overige financieringsverplichtingen   -6.744 -1.282
Overige kortlopende verplichtingen   -4.061 -4.387
Kortlopende verplichtingen   -10.805 -5.669
 
Netto-activa (100%)   48.036 43.306
 
Aandeel Groep in de netto-activa (50%)   24.018 21.653
 
Boekwaarde belang joint venture   24.018 21.653

In duizenden euro noot 31 december 2017 31 december 2016
 
Omzet   176.721 155.877
Afschrijvingen en amortisatie   -4.112 -4.009
Rentelasten   -226 -812
Belastinglast   -1.870 -1.818
 
Gerealiseerd resultaat (100%)   9.581 9.410
Niet-gerealiseerd resultaat (100%)   10 -2
Totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (100%)   9.591 9.408
 
Gerealiseerd resultaat (50%)   4.791 4.705
Aandeel Groep in belastinglast van de deelneming verwerkt volgens de 'equity'-methode 16G -907 -889
Aandeel Groep in totale gerealiseerde resultaten, na belasting   3.884 3.816
 
Niet-gerealiseerd resultaat, na belasting (50%) 26D 5 -1
 
Aandeel Groep in totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na belasting   3.889 3.815
 
Door Groep ontvangen dividenden   2.431 2.766

2.2.5.5 21. Handels- en overige vorderingen

In duizenden euro noot 31 december 2017 31 december 2016
 
Vorderingen op handelsdebiteuren   178.724 183.457
Vordering op verbonden partij 36 3.297 4.226
Leningen aan medewerkers   289 409
Overige beleggingen   28 28
Belastingen (anders dan vennootschapsbelasting) en sociale lasten   4.690 4.982
Voor afdekking gebruikte valutatermijncontracten (derivaten) 31D - 36
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps (derivaten) 31D - 115
Vooruitbetalingen   3.117 5.288
Overlopende activa   27.323 26.147
 
Totaal   217.468 224.688
 
Langlopend   9.298 10.952
Kortlopend   208.170 213.736
 
Totaal   217.468 224.688

Change layout to 2 columns

De langlopende handels- en overige vorderingen bestaan uit:

  • Vorderingen die vervallen na meer dan een jaar, die grotendeels rentedragend zijn en hoofdzakelijk leningen betreffen aan afnemers en waarvoor, indien mogelijk, zekerheden zijn afgegeven in de vorm van voerequivalenten, participatierekeningen en/of onroerend goed.

  • Leningen aan medewerkers, waarop het niveau van de rente gelijk is aan de rente op Nederlandse staatsleningen en tenminste gelijk aan de rente als bedoeld in Artikel 59 Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 2001. De terugbetaling van de leningen bedraagt minimaal 7,5% per jaar van het oorspronkelijke bedrag, met ingang van 2015. Als zekerheid voor nakoming van de verplichtingen is pandrecht gevestigd op de certificaten van aandelen die met deze leningen zijn verworven. De marktwaarde van deze certificaten van aandelen is per de balansdatum groter dan de waarde van de leningen. Deze leningen zijn verstrekt als onderdeel van het medewerkersparticipatieplan 2007-2009. Er worden geen nieuwe leningen meer verstrekt aan medewerkers.

De overige vorderingen, vooruitbetalingen en transitorische activa bestaan hoofdzakelijk uit nog te factureren bedragen aan afnemers en vooruitbetalingen aan leveranciers.

Informatie over de blootstelling van de Groep aan kredietrisico’s en marktrisico’s en bijzondere waardeverminderingen op handels- en overige vorderingen is weergegeven in noot 31.

 

2.2.5.6 22. Voorraden

In duizenden euro 31 december 2017 31 december 2016
 
Grond- en hulpstoffen 54.193 53.546
Gereed product 10.327 9.241
Overige voorraden 7.490 7.237
 
Totaal 72.010 70.024

De stijging van de voorraad wordt voornamelijk veroorzaakt door Cluster Nederland.

De overige voorraden betreffen de handelsvoorraden die onderdeel uitmaken van de 'Total Feed activiteiten' van de Groep en betreffen vooral meststoffen en zaden.

In 2017 is op voorraden een bedrag van €40 duizend voorzien (2016: €35 duizend).

Voor wat betreft belangrijke inkoopverplichtingen wordt verwezen naar de toelichting over verplichtingen onder noot 35.

2.2.5.7 23. Biologische activa

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro 2017 2016
 
Stand op 1 januari 5.117 6.096
 
Aankopen vee, voer en verzorging 29.991 34.222
Verkopen van vee -32.787 -37.449
Wijziging in reële waarde 2.393 2.248
 
Stand op 31 december 4.714 5.117

Per de balansdatum bestaat de pluimveestapel uit 934.732 dieren (2016: 1.144.592 dieren) met een waarde van €4,7 miljoen (2016: €5,1 miljoen). De pluimveestapel bevat hennen en een aantal hanen, die worden opgefokt tot een leeftijd variërend tussen 16 en 20 weken, en daarna worden verkocht aan vermeerderaars. De gehele voorraad betreft vlottende activa.

B. Vaststelling van reële waarden

Reële waarde hiërarchie

De vaststelling van de reële waarde van de hennen en hanen is gebaseerd op de productiekosten plus een proportioneel deel van de marge die zal worden gerealiseerd bij verkoop. Er bestaat geen actieve markt met publieke marktprijzen voor deze dieren en daarom beschouwt de Directie de prijs van de meest recente markttransacties als de meest betrouwbare schatting voor de reële waarde resulterend in een Niveau 3 reële waarde hiërarchie.

Niveau 3 reële waarden

Onderstaande tabel geeft een specificatie van de totale winsten (verliezen) verantwoord in de kosten van grond- en hulpstoffen met betrekking tot Niveau 3 reële waarden (veestapel). Het niet-gerealiseerde deel van de wijziging in reële waarde vormt onderdeel van de waardering van de biologische activa per balansdatum.

In duizenden euro 2017 2016
Bedragen verwerkt in de winst-en-verliesrekening
 
Wijziging in reële waarde (gerealiseerd) 2.388 2.297
Wijziging in reële waarde (niet-gerealiseerd) 5 -49
 
Totaal 2.393 2.248
 
Bedragen verwerkt in de balans
Wijziging in reële waarde (niet-gerealiseerd) 184 179

Waarderingsmethoden en belangrijke niet waarneembare input

Onderstaande tabel geeft de gebruikte waarderingsmethoden weer die zijn gebruikt bij vaststelling van de Niveau 3 reële waarden, evenals de belangrijke niet-waarneembare input die is gebruikt.

Change layout to 1 column

Type Waarderingstechniek Significante niet-waarneembare input Onderlinge relatie tussen significante niet-waarneembare input en de bepaling van de reële waarde
Vee Waarderingstechniek en transactieprijs De geschatte referentieprijs is gebaseerd op de meest recente markttransacties De geschatte reële waarde zou toenemen (afnemen) als:
Vee bestaat uit hanen en hennen De reële waarde van de hennen en hanen wordt vastgesteld op basis van de productiekosten plus een proportioneel deel van de marge die zal worden gerealiseerd bij verkoop. De marge wordt proportioneel gealloceerd aan de verschillende fasen van volgroeidheid (0% - 91%), uitvalpercentage inclusief sterfte (4,0%) · het aantal dieren toeneemt (afneemt)
      · het percentage van volgroeidheid toeneemt (afneemt)
      · het uitvalpercentage inclusief sterftecijfer afneemt (toeneemt)

Change layout to 2 columns

C. Risicobeheer van biologische activa

De Groep is onderhevig aan de volgende risico’s met betrekking tot haar veestapel.

Risico’s op het gebied van regelgeving en milieu

De Groep is onderworpen aan wetten en regels in de verschillende landen waarin zij actief is. De Groep heeft milieubeleid en procedures ingevoerd gericht op het voldoen aan lokale milieu- en overige wetten.

Risico van vraag en aanbod 

De Groep is blootgesteld aan de risico’s die het gevolg zijn van variaties in de prijs en het verkoopvolume van haar veestapel. De Directie voert regelmatig trendanalyses uit met betrekking tot de ontwikkeling van de volumes en prijzen van hennen en hanen.

Risico's met betrekking tot dierziekten

De Groep is blootgesteld aan reguliere risico’s gerelateerd aan agrarische activiteiten, onder andere de risico’s gerelateerd aan dierziekten. De Groep volgt de ontwikkelingen in de markt op de voet en past waar nodig haar beleid aan.

2.2.5.8 24. Geldmiddelen en kasequivalenten

De uitstaande deposito’s betreffen spaarrekeningen die direct kunnen worden aangewend zonder kosten. Op basis hiervan worden de deposito’s als onderdeel van de geldmiddelen en kasequivalenten gezien.

De geldmiddelen en kasequivalenten staan ter vrije beschikking van de Groep. De toename van de geldmiddelen en kasequivalenten wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de gerealiseerde EBITDA en mutaties in werkkapitaal deels gecompenseerd door, het inkoopprogramma eigen aandelen, een aanvullende contributie aan het BOCM PAULS Ltd. (Verenigd Koninkrijk) pensioenplan, investeringen en betaald dividend.

In duizenden euro 31 december 2017 31 december 2016
 
Deposito's 23.003 43.073
Banksaldi 138.294 109.781
 
Geldmiddelen en kasequivalenten in de balans 161.297 152.854
 
Bankschulden -49.690 -45.535
 
Geldmiddelen en kasequivalenten in het kasstroomoverzicht 111.607 107.319
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.2.5.9 25. Activa aangehouden voor verkoop

Aansluiting van de boekwaarde
In duizenden euro 2017 2016
 
Stand op 1 januari - 4.579
Herclassificatie van vaste activa 1.410 -
Herclassificatie van immateriële activa 327 -
Verkoop - -4.579
Aanpassing voor koersverschillen - -
 
Stand op 31 december 1.737 -

Als gevolg van de eind 2017 aangekondigde strategische samenwerking tussen ForFarmers Nederland en Baks is een aantal vrachtwagens gereclassificeerd van materiële vaste activa naar activa aangehouden voor verkoop. Tevens is als gevolg van de eind 2017 aangekondigde verkoop van de akkerbouwactiveiten aan CZAV een opslaglocatie, klantrelaties, en goodwill verantwoord als activa aangehouden voor verkoop. Zie noot 37 voor meer informatie.  

In 2016 is het stuk grond in Oss verkocht voor €5,6 miljoen. Vanwege €0,1 miljoen verkoopkosten resulteert dit in een boekwinst van €0,9 miljoen, welke geclassificeerd is als overige bedrijfsopbrengsten in de winst-en-verliesrekening, zie noot 10.

 

2.2.6 Eigen vermogen en verplichtingen

2.2.6.1 26. Eigen vermogen

A. Aandelenkapitaal en agio

  Gewone aandelen (aantal) Bedrag in euro
  31 december 2017 31 december 2016 31 december 2017 31 december 2016
 
Gewone aandelen - nominale waarde €0,01 106.261.040 106.261.040 144.617 144.617
Prioriteitsaandeel - nominale waarde €0,01 1 1 - -
 
Uitstaand op 31 december - volgestort 106.261.041 106.261.041 144.617 144.617

Op 15 april 2016 is besloten de statuten van de Vennootschap te wijzigen en de juridische vorm van de Vennootschap om te zetten in een naamloze vennootschap en de nominale waarde van de aandelen verlaagd van €1,00 tot €0,01 per aandeel, met een ingangsdatum van 23 mei 2016. Op 31 december 2017, bestaat het aandelenkapitaal uit 106.261.040 gewone aandelen en 1 prioriteitsaandeel. Per balansdatum waren alle aandelen uitgegeven en volgestort. Het agio bestaat uit het positieve verschil tussen de uitgifteprijs en de nominale waarde van uitgegeven aandelen.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft op 26 april 2017 ForFarmers gemachtigd om gedurende een periode van 18 maanden een inkoopprogramma van eigen aandelen te starten voor (a) een bedrag dat ligt tussen de €40 miljoen en €60 miljoen om onder meer de balans van de Groep efficiënter te maken en (b) aanvullend aandelen in te kopen voor de uitvoering van medewerkersparticipatieplannen in 2017. De Groep heeft in de periode van 2 mei 2017 tot en met 31 december 2017 in totaal 5.747.993 aandelen ingekocht voor een bedrag van €56,7 miljoen (inclusief kosten inkoop). Hiervan zijn 358.465 aandelen voor een bedrag van €3,0 miljoen als certificaten heruitgegeven ten behoeve van de medewerkersparticipatieplannen, waarmee het saldo inkoop eigen aandelen €53,7 miljoen (inclusief kosten inkoop) bedraagt.

(i) Gewone aandelen

Alle gewone aandelen zijn gelijkgerechtigd. De houders van deze aandelen zijn gerechtigd tot het dividend dat wordt betaald en zijn gerechtigd tot het uitbrengen van een stem per aandeel in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap. Alle rechten verbonden aan de aandelen die worden gehouden door de Groep worden opgeschort tot het moment waarop ze opnieuw worden uitgegeven.

(ii) Prioriteitsaandeel

Het prioriteitsaandeel wordt gehouden door Coöperatie FromFarmers U.A. Als gevolg van de aandelen in eigen bezit van de Groep kon de Coöperatie FromFarmers U.A. op de meest recente peildatum van 1 januari 2018 voor 51,9% van de totaal op gewone aandelen uit te brengen stemmen het stemrecht uitoefenen. Daarnaast kon de Coöperatie steminstructie geven met betrekking tot de door Stichting Beheer- en Administratiekantoor gehouden aandelen, waarmee de Coöperatie FromFarmers U.A. in totaal een stembelang van 60,0% heeft. Als prioriteitsaandeelhouder geldt dat Coöperatie FromFarmers U.A.:
 (i)       een aanbevelingsrecht heeft voor vier van de zes leden van de Raad van Commissarissen;

(ii)      na overleg met de Raad van Commissarissen een commissaris als voorzitter kan benoemen;

(iii)     een goedkeuringsrecht heeft met betrekking tot de besluiten van de Raad van Bestuur omtrent:

  1. het verplaatsen van het hoofdkantoor van de Vennootschap buiten Oost-Nederland (Gelderland en Overijssel);

  2. een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de Vennootschap of onderneming ten gevolge van (1) overdracht van de onderneming of vrijwel de gehele onderneming aan een derde of (2) het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking van de Vennootschap of een dochtermaatschappij met een andere rechtspersoon of vennootschap dan wel als volledig aansprakelijke vennoot in een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Vennootschap;

  3. het nemen of afstoten van een deelneming in het kapitaal van een vennootschap ter waarde van ten minste een derde van het eigen vermogen volgens de balans met toelichting of, indien de Vennootschap een geconsolideerde balans opstelt, volgens de geconsolideerde balans met toelichting volgens de laatst vastgestelde jaarrekening van de Vennootschap, door haar of een dochtermaatschappij;

  4. het wijzigen van de statuten van de Vennootschap;

  5. het aangaan van een fusie of splitsing.

Voor de voorwaarden voor het houden van het prioriteitsaandeel en de bijzondere zeggenschapsrechten die daaraan verbonden zijn in het geval dat stemrecht en/of steminstructie voor minder dan 50% kan worden uitgeoefend of gegeven, wordt verwezen naar de Verklaring inzake Corporate Governance.

Het prioriteitsaandeel is geclassificeerd als eigen vermogen, omdat aan het aandeel geen verplichting is verbonden om geldmiddelen in te brengen en geen verrekening vereist in een variabel aantal van de eigenvermogensinstrumenten van de Vennootschap.

B. Aard en doel van reserves

(i) Reserve eigen aandelen

De reserve voor de (certificaten van) aandelen die de Vennootschap in haar eigen kapitaal houdt bestaat uit de kosten van verwerving van deze (certificaten van) aandelen. De (certificaten van) aandelen in eigen bezit worden in mindering gebracht op het eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders.

De (certificaten van) aandelen in eigen bezit worden verantwoord tegen kostprijs, welke wordt gevormd door de marktprijs op de dag van verwerving, waarbij de nominale waarde van de aangekochte (certificaten van) aandelen wordt gedebiteerd ten laste van de reserve eigen aandelen. Indien (certificaten van) aandelen in eigen beheer weer worden verkocht wordt de nominale waarde van de aandelen gecrediteerd ten gunste van de reserve eigen aandelen. Ieder verschil tussen de nominale waarde en de marktprijs wordt verantwoord als een correctie op de reserve ingehouden winsten.

Gedurende het boekjaar verwierf de Vennootschap 5.747.993 van haar eigen aandelen als onderdeel van het inkoopprogramma eigen aandelen en teneinde in staat te zijn certificaten toe te kennen aan medewerkers in het kader van het mede­werkers­participatieplan. Naast de inkoop van het genoemde aantal aandelen zijn ook de 358.465 aandelen aangewend voor het werknemers­participatieplan die verworven waren ten behoeve van het voormalige liquiditeitsverschaffer contract (SNS) dat op 24 mei 2016 is afgelopen in verband met de openbare beursnotering op die datum. Per 31 december 2017, hield de Groep 5.469.292 van de (certificaten van) aandelen in de Vennootschap in eigendom.

In 2016 verwierf de Vennootschap 400.000 van haar eigen (certificaten van) aandelen teneinde in staat te zijn certificaten toe te kennen aan medewerkers in het kader van het mede­werkers­participatieplan. Per 31 december 2016, hield de Groep 77.580 van de (certificaten van) aandelen in de Vennootschap in eigendom.

De mutatie in de aandelen in eigen bezit kan als volgt worden samengevat:

De mutatie in de reserve eigen aandelen
  Aantal aandelen Nominale waarde in duizend euro
  2017 2016 2017 2016
 
Stand op 1 januari 77.580 399.429 1 399
Terugkoop werknemersparticipatieplan 301.560 400.000 - 189
Heruitgifte werknemersparticiptatieplan -358.465 -455.664 - -5
Inkoop eigen aandelen 5.446.433 - 54 -
Aanpassing nominale waarde aandelen - - - -314
Overige mutaties 2.184 -266.185 - -268
 
Stand op 31 december 5.469.292 77.580 55 1

De overige mutaties 2016 hebben betrekking op certificaten van aandelen verkocht door de voormalige liquiditeitsverschaffer (SNS) onafhankelijk van de Vennootschap.

(ii) Reserve omrekeningsverschillen

De reserve omrekeningsverschillen omvat alle valutaverschillen op vreemde valuta die ontstaan door de omrekening van de jaarrekeningen van buitenlandse activiteiten. De daling van deze reserve per 31 december 2017 is het gevolg van de daling van het Britse pond.

(iii) Reserve kasstroomafdekkingen

De reserve kasstroomafdekkingen omvat het effectieve deel van de cumulatieve nettomutatie in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten, in afwachting van latere verwerking in het resultaat op het moment dat de afgedekte kasstromen het resultaat raken.

(iv) Overige reserves en ingehouden winsten

De overige reserves worden aangehouden door de Vennootschap op grond van statutaire bepalingen. 
De ingehouden winsten worden gevormd door het saldo van winsten die niet zijn uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Ten aanzien van dividendbesluiten wordt verwezen naar de statutaire resultaatbestemmingsregeling in de overige gegevens.

Voor een verdere detaillering van de overige reserves en ingehouden winsten wordt verwezen naar noot 47, eigen vermogen bij de toelichting van de enkelvoudige jaarrekening.

C. Dividend

De Vennootschap heeft de volgende dividenden vastgesteld en uitgekeerd:

In duizenden euro 2017 2016
 
€0,24 per in aanmerking komend gewoon aandeel (2016: €0,23) 25.716 24.734
 
  25.716 24.734

Het dividend wordt bepaald op basis van het per jaareinde aantal aandelen in omloop ter hoogte van 100,8 miljoen (2016: 106,2 miljoen). In overeenstemming met de dividendprocedure wordt het te betalen dividend verrekend met uitstaande debiteuren en vorderingen op de Coöperatie FromFarmers U.A., waardoor het in 2017 betaalde dividend uitkomt op €25,7 miljoen. De ingekochte aandelen zijn niet dividend gerechtigd.

Na de balansdatum heeft de Directie de volgende dividenden voorgesteld. Voor de dividenden is geen verplichting opgenomen en er zijn geen fiscale gevolgen voor de Vennootschap.

In duizenden euro 2017 2016
 
€0,30 per in aanmerking komend gewoon aandeel (2016: €0,24) 30.238 25.715
 
  30.238 25.715

2.2.6.1.1

D. Niet-gerealiseerde resultaten geaccumuleerd in de reserves, na belasting

    Toe te rekenen aan aandeelhouders van de Vennootschap    
In duizenden euro noot Reserve omrekenings- verschillen Reserve kasstroom- afdekkingen Overige reserves en ingehouden winsten Totaal Minder- heids- belangen Totaal niet-gerealiseerde resultaten
2017              
Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen 15B , 16B - - 4.168 4.168 - 4.168
Buitenlandse activiteiten - valuta omrekeningsverschillen 16B -2.083 - - -2.083 - -2.083
Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van reële waardeveranderingen 16B - 6 - 6 - 6
Kasstroomafdekkingen - geherclassificeerd naar de winst-en-verliesrekening / balans 16B - -33 - -33 - -33
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - aandeel in niet-gerealiseerde resultaten 16B - - 5 5 - 5
Totaal   -2.083 -27 4.173 2.063 - 2.063
 
 
2016              
Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen 15B , 16B - - -210 -210 - -210
Buitenlandse activiteiten - valuta omrekeningsverschillen 16B -8.114 - - -8.114 - -8.114
Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van reële waardeveranderingen 16B - 493 - 493 - 493
Kasstroomafdekkingen - geherclassificeerd naar de winst-en-verliesrekening / balans 16B - -466 - -466 - -466
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - aandeel in niet-gerealiseerde resultaten 16B - - -1 -1 - -1
Totaal   -8.114 27 -211 -8.298 - -8.298

2.2.6.2 27. Kapitaalmanagement


In het kader van ForFarmers’ kapitaalmanagement wordt onder vermogen begrepen aandelenkapitaal, agio en alle overige eigen vermogen bestanddelen die kunnen worden toegerekend aan de aandeelhouders van het hoofd van de groep. De Directie bewaakt de gemiddelde vermogensverhouding evenals het niveau van het dividend dat wordt uitgekeerd aan gewone aandeelhouders.

De Directie heeft de prestatie­maatstaf 'onderliggende EBITDA' gepresenteerd, aangezien zij deze prestatie­maatstaf volgt op geconsolideerd niveau en zij van mening is dat deze maatstaf relevant is voor een begrip van de financiële prestaties van de Groep. Onderliggende EBITDA wordt berekend door het bedrijfs­resultaat te schonen van het effect van afschrijving, amortisatie, herstucturerings­-

 kosten, bijzondere-waardeverminderingsverliezen (terugneming van) gerelateerd aan vaste activa en de boekresultaten op verkochte bedrijfsonderdelen en activa aangehouden voor verkoop.

Onderliggende EBITDA is geen gedefinieerde prestatie­maatstaf binnen IFRS. De definitie van de Groep van onderliggende EBITDA is mogelijk niet vergelijkbaar met gelijknamige prestatie­maatstaven en toelichtingen van andere entiteiten. ForFarmers heeft eerder de doel­stelling afgegeven voor de middellange termijn ten aanzien van een gemiddelde jaarlijkse EDITDA groei van in de 'mid single digits' bij gelijkblijvende koersen.

2.2.6.2.1

In duizenden euro noot 2017 2016
 
Bedrijfsresultaat (EBIT)   74.022 67.833
Afschrijvingen en amortisatie (inclusief bijzonder waardeverminderingsverlies)   27.627 26.044
EBITDA   101.649 93.877
 
Boekresultaat verkochte bedrijfsonderdelen(1) 10 - 363 - 1.152
Boekresultaat op verkoop van materiële vaste activa(1) 10 - - 103
Boekresultaat op verkoop van activa aangehouden voor verkoop(1) 10 , 25 - - 900
Boekresultaat verkochte bedrijfsonderdelen / activa aangehouden voor verkoop   - 363 - 2.155
Herstructureringskosten   160 1.887
Totaal   - 203 - 268
 
Onderliggende EBITDA(2)   101.446 93.609
 
Effect valutakoersveranderingen   1.664  
Onderliggende EBITDA, tegen gelijkblijvende koersen(2)   103.110 93.609
Groei ratio onderliggende EBITDA(2)   10,1% 3,6%
 
(1) Incidentele posten conform de definitie van de Groep
(2) Onderliggende' betekent exclusief incidentele posten

2.2.6.2.2

ForFarmers maakt bij de bewaking van haar vermogenspositie gebruik van het rendementscijfer rendement op het gemiddeld geïnvesteerd vermogen. Dit rendementscijfer is gedefinieerd als de onderliggende EBITDA in verhouding tot het gemiddeld geïnvesteerd vermogen (het 12-maands gemiddelde van de som van het eigen vermogen en langlopende verplichtingen gecorrigeerd voor geldmiddelen en kasequivalenten, bankschulden, activa aangehouden voor verkoop en deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode). Voor deze beoordeling wordt gerekend met de onderliggende EBITDA en met het gedurende het boekjaar gemiddeld geïnvesteerde vermogen. Het gemiddeld geïnvesteerd vermogen bedraagt in 2017 €417,0 miljoen (2016: €415,4 miljoen) en het rendement op het gemiddeld geïnvesteerd vermogen bedroeg 24,3% (2016: 22,5%).

Het effect van de valutakoersveranderingen betreft de eliminatie van de invloed van koersveranderingen van de euro ten opzichte van vreemde valuta (dit betreft de daling van het Britse pond).

Financiering 

De lange termijn doelstelling van ForFarmers is om de verhouding netto schuld ten opzichte van de genorma­liseerde EBITDA maximaal 2,5 te laten bedragen. De genormaliseerde EBITDA wordt gedefinieerd conform de convenantbepalingen in de financieringsovereenkomst

met de banken, waarvoor wordt verwezen naar noot 28. De netto schuld-genormaliseerde EBITDA ratio per 31 december 2017 en 31 december 2016 kan als volgt worden weergegeven:

2.2.6.2.3

In duizenden euro noot 2017 2016
 
Leningen en overige financieringsverplichtingen 28 44.536 45.778
Bankschulden 24 49.690 45.535
Minus: geldmiddelen en kasequivalenten 24 -161.297 -152.854
 
Netto schuld   -67.071 -61.541
 
Bedrijfsresultaat voor afschrijving, amortisatie en bijzondere waardevermindering (EBITDA)   101.649 93.877
Aanpassingen zoals vastgelegd in de financieringsovereenkomst   142 3.207
 
Genormaliseerde EBITDA   101.791 97.084
 
Leverage ratio (verhouding netto schuld - genormaliseerde EBITDA)   -0,66 -0,63
Interest coverage ratio (verhouding bedrijfsresultaat - netto financieringslasten)   -31,18 -19,23

2.2.6.2.4

 

Deze lange termijn doelstelling is lager dan de in het financieringsarrangement vereiste ratio, zie noot 28. ForFarmers heeft in het boekjaar voldaan aan alle financieringsconvenanten.

Change layout to 2 columns

 Inkoopprogramma eigen aandelen

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft op 26 april 2017 ForFarmers gemachtigd om gedurende een periode van 18 maanden een inkoopprogramma van eigen aandelen te starten. Het totaal aantal aandelen dat tot op

heden volgens het inkoopprogramma eigen aandelen is ingekocht bedraagt 5.747.993 aandelen, voor een totaalbedrag van €56,7 miljoen, zie noot 26A voor meer informatie.

2.2.6.3 28. Leningen en overige financieringsverplichtingen

In duizenden euro 31 december 2017 31 december 2016
 
Bankleningen zonder zekerheden 44.429 45.564
Financiële-leaseverplichtingen 79 88
 
Totaal langlopend 44.508 45.652
 
Kortlopend deel van financiële-leaseverplichtingen 28 126
 
Totaal kortlopend 28 126

De financieringsovereenkomst die in 2014 is afgesloten heeft geen kortlopende aflossingsverplichtingen per 31 december 2017 (31 december 2016: idem). Voor informatie inzake de financieringsovereenkomst wordt verwezen naar de subparagraaf 'Multicurrency revolving facility agreement'.

Informatie over de blootstelling van de Groep aan rente-, vreemde valuta- en liquiditeitsrisico's is toegelicht in noot 31.

 

2.2.6.3.1

A. Voorwaarden en aflossingsschema

De voorwaarden voor de uitstaande leningen kunnen als volgt worden weergegeven:

  Valuta Nominale rente Jaar van afloop Nominale waarde 31 december 2017 Boekwaarde 31 december 2017 Nominale waarde 31 december 2016 Boekwaarde 31 december 2016
In duizenden euro   %          
 
Bankleningen zonder zekerheden (variabele rente) GBP LIBOR + 0.7% 2020 45.086 44.429 46.718 45.564
Financiële-leaseverplichtingen GBP 4% - 4,4% 2017-2021 147 107 228 214
 
Totaal rentedragende verplichtingen       45.233 44.536 46.946 45.778

2.2.6.3.2

 B. Bankleningen zonder zekerheden

(i) Multicurrency revolving facility agreement

De Groep heeft in 2014 een financieringsovereenkomst (multicurrency revolving facility agreement) afgesloten met ABN AMRO Bank, Rabobank, Lloyds Bank en BNP Paribas welke vrij van zekerheden is. De overeenkomst heeft een looptijd tot 31 januari 2020. Het bedrag van de financiering bedraagt €300 miljoen, bestaande uit een leningsfaciliteit van €200 miljoen en een rekening courant faciliteit van €100 miljoen, waarvan per 31 december 2017 nominaal £40,0 miljoen (€44,4 miljoen) (31 december 2016: £40,0 miljoen (€46,7 miljoen) werd gebruikt. Het rentepercentage op de financiering is gebaseerd op Euribor en/of Libor (afhankelijk van de valuta waarin bedragen zijn getrokken onder de faciliteit) plus een marge tussen 0,7% en 2,1%. De marge hangt af van de leverage ratio; op basis van de ratio in 2017 bedraagt deze marge 0,7% (2016: 0,7%).

Convenantrichtlijnen

Bestaande richtlijnen voor de financiële ratio’s:

  • Leverage ratio, die wordt bepaald door de netto schuld gedeeld door genormaliseerde EBITDA. De leverage ratio mag niet meer bedragen dan 3,0; waarbij gedurende maximaal drie niet opeenvolgende halfjaarsperioden tijdens de kredietovereenkomst de ratio tussen 3,0 en 3,5 mag liggen.

  • Interest coverage ratio, die wordt bepaald door het resultaat uit bedrijfsactiviteiten (EBIT) te delen door de netto-rentelasten en niet tussen nul en 4,0 mag zijn.

Netto schuld betekent het totale bedrag van alle schulden aan kredietinstellingen en andere financiers (inclusief financiële leaseovereenkomsten) minus geldmiddelen en kasequivalenten.

EBITDA betekent het bedrijfsresultaat (EBIT) vermeerderd met het bedrag van de amortisatie en afschrijvingen op activa.

Genormaliseerde EBITDA betekent, met betrekking tot een bepaalde periode, de EBITDA in die periode:

  • inclusief EBITDA van een verworven onderneming gedurende de desbetreffende periode voor het deel van die periode voorafgaand aan het moment van acquisitie;

  • exclusief EBITDA toerekenbaar aan een Groepsmaatschappij (of enig onderdeel van de Groep) verkocht tijdens de desbetreffende periode voor het deel voorafgaand aan de datum van verkoop tenzij de verkoopprijs met betrekking tot deze verkoop nog niet in de desbetreffende periode is ontvangen, in welk geval de EBITDA van de verkochte onderneming of activiteit in de genormaliseerde EBITDA zal worden opgenomen, met dien verstande dat wanneer de verkoopprijs deels is ontvangen in de relevante periode een proportioneel deel van de EBITDA van de verkochte onderneming of activiteit zal worden opgenomen in de genormaliseerde EBITDA;

  • inclusief, op aanwijzing door de Groep, buitengewone kosten die zijn opgetreden in de relevante periode en samenhangen met de integratie van een verworven onderneming of met de kosten van ontvlechting bij de verkoop van een onderneming met dien verstande dat het totale bedrag van zulke kosten het bedrag van €25,0 miljoen niet overschrijdt gedurende de looptijd van de overeenkomst en het bedrag van €10,0 miljoen niet overschrijdt in een boekjaar. De Groep dient in dit geval een compliance certificaat in te dienen waarop de specificatie van deze buitengewone kosten wordt weergegeven.

Netto rentelasten betekent het netto bedrag van de financiële baten minus rente, commissie, fees, kortingen en andere financiële lasten verantwoord in de relevante periode in overeenstemming met de van toepassing zijnde verslaggevingsregels.

Per 31 december 2017 en per 31 december 2016 waren zowel de leverage ratio als de interest coverage ratio negatief conform de van toepassing zijnde verslaggevingsregels. Hiermee voldoet ForFarmers zowel per 31 december 2017 als per 31 december 2016 volledig aan de voorwaarden en condities van de convenanten.

(ii) Overige leningen zonder zekerheden

ForFarmers Thesing, Duitsland, heeft een financieringsovereenkomst met de Bremer Landesbank, vrij van zekerheden, met een maximum bedrag van €6 miljoen. Van deze faciliteit wordt per balansdatum geen gebruik gemaakt (per 31 december 2016 werd van deze faciliteit geen gebruik gemaakt).

2.2.6.3.3

C. Financiële lease verplichtingen

Financiële lease verplichtingen kunnen als volgt worden weergegeven:

  31 december 2017 31 december 2016
In duizenden euro Toekomstige minimale leasebetalingen Rente Contante waarde van minimale leasebetalingen Toekomstige minimale leasebetalingen Rente Contante waarde van minimale leasebetalingen
 
Minder dan 1 jaar 39 11 28 132 6 126
Tussen 1 en 5 jaar 108 29 79 96 8 88
Meer dan 5 jaar - - - - - -
 
Totaal 147 40 107 228 14 214

De daling van de toekomstige lease betalingen komt doordat activa die voorheen werden geleased nu worden gekocht. Dit betreft voornamelijk transportmiddelen.

D. Aansluiting van mutaties in verplichtingen met kasstromen uit financieringsactiviteiten

In duizenden euro noot Leningen en overige financierings- verplichtingen Financiële lease- verplichtingen Reserves Overige reserves en ingehouden winsten Onverdeeld resultaat Minder- heids- belangen Totaal
Stand op 1 januari 2017   45.564 214 -3.583 229.816 53.260 4.880  
Mutaties in kasstroom uit financieringsactiviteiten
Opbrengst uit in- en verkoop van eigen aandelen   - - -54 -53.504 - - -53.558
Opbrengst uit verkoop van eigen aandelen met betrekking tot het medewerkersparticipatieplan   - - - 2.335 - - 2.335
Terugkoop van eigen aandelen met betrekking tot het medewerkersparticipatieplan   - - - -3.151 - - -3.151
Betalingen uit hoofde van financiële-leaseverplichtingen   - -130 - - - - -130
Betaald dividend 26 - - - -24.672 - -1.000 -25.672
Totaal mutaties in kasstroom uit financieringsactiviteiten   - -130 -54 -78.992 - -1.000 -80.176
Effect van valutakoers- en omrekeningsverschillen op geldmiddelen   -1.628 -7 - - - - -1.635
Mutaties in reële waarde   493 - - - - - 493
 
Overige mutaties / Gerelateerd aan verplichtingen
Verwerving dochteronderneming, na aftrek van verworven geldmiddelen 6 - 30 - - - - 30
Totaal verplichtingen gerelateerde overige mutaties   - 30 - - - - 30
Verrekend dividend   - - - -1.044 - - -1.044
Totaal eigen vermogen gerelateerde overige mutaties   - - -2.110 58.098 5.294 749 62.031
Stand op 31 december 2017   44.429 107 -5.747 207.878 58.554 4.629  

2.2.6.4 29. Voorzieningen

2017
In duizenden euro Bodemsanering Sloopkosten Herstructurering Verlieslatende contracten Overig Totaal
 
Stand op 1 januari 2017 791 371 1.518 583 2.082 5.345
In boekjaar getroffen voorzieningen - 129 344 414 275 1.162
In boekjaar vrijgevallen voorzieningen -100 - -46 -53 -41 -240
In boekjaar gebruikte voorzieningen -7 -117 -1.386 -380 -953 -2.843
Effect van discontering - - - 8 - 8
Translatie verschillen - - -32 - -19 -51
 
Stand op 31 december 2017 684 383 398 572 1.344 3.381
 
Langlopend 534 129 2 450 1.134 2.249
Kortlopend 150 254 396 122 210 1.132
 
Stand op 31 december 2017 684 383 398 572 1.344 3.381

2016
In duizenden euro Bodemsanering Sloopkosten Herstructurering Verlieslatende contracten Overig Totaal
 
Stand op 1 januari 2016 923 623 254 638 2.086 4.524
In boekjaar getroffen voorzieningen 18 - 2.288 86 324 2.716
In boekjaar vrijgevallen voorzieningen -4 - -559 -10 -100 -673
In boekjaar gebruikte voorzieningen -146 -252 -402 -131 -103 -1.034
Effect van discontering - - - - - -
Translatie verschillen - - -63 - -125 -188
 
Stand op 31 december 2016 791 371 1.518 583 2.082 5.345
 
Langlopend 541 371 - 530 1.853 3.295
Kortlopend 250 - 1.518 53 229 2.050
 
Stand op 31 december 2016 791 371 1.518 583 2.082 5.345

2.2.6.4.1

 

A. Bodemsanering

De voorziening voor bodemsanering heeft betrekking op verwachte onvermijdbare kosten voor het reinigen van vervuilde terreinen. De Groep voert periodiek beoordelingen uit om vast te stellen of terreinen zijn vervuild. Op het moment dat vervuiling wordt geconstateerd worden de onvermijdbare kosten om te saneren ingeschat en voorzien. De vrijval heeft betrekking op een locatie in Nederland die nu volledig gesaneerd is. 

 

 

B. Sloopkosten

In voorgaande jaren is een voorziening getroffen voor sloopkosten die het gevolg zijn van de sluiting van een locatie in Nederland. Op basis van de verwachte termijn waarbinnen de resterende voorziening zal worden aangewend, is deze geclassificeerd als kortlopend. De langlopende voorziening voor sloopkosten is getroffen voor een in gebruik zijnde activa en wordt naar verwachting aan het einde van de economische levensduur aangewend. 

C. Herstructurering

In het kader van de integratie van de verschillende acquisities heeft de Groep besloten om administratieve werkzaamheden in Duitsland/België, Verenigd Koninkrijk en Nederland te centraliseren in shared service centers. Volgend op dit besluit, heeft de Groep een voorziening gevormd voor verwachte herstructureringskosten, inclusief kosten van beëindigen van contracten, advieskosten en kosten van beëindigen van arbeidsovereenkomsten. De geschatte kosten zijn gebaseerd op de contractuele bepalingen. 

D. Verlieslatende contracten

In vorige jaren heeft de Groep een niet-opzegbaar huurcontract voor magazijnruimte afgesloten. Als gevolg van wijzigingen in haar activiteiten, is de Groep in 2012 opgehouden deze gebouwen te gebruiken, resulterend in overtollige magazijnruimte. Het huurcontract loopt af in 2023. Er is een voorziening gevormd voor de contante waarde van de minimaal verschuldigde toekomstige betalingen minus huurinkomsten. 

E. Overig

De overige voorzieningen hebben met name betrekking op juridische geschillen en claims.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.2.6.5 30. Handelsschulden en overige verplichtingen

In duizenden euro   31 december 2017 31 december 2016
 
Handelsschulden aan verbonden partijen 36 1.893 2.123
Overige handelsschulden   109.927 82.267
Overlopende passiva   88.814 70.553
Handelsschulden   200.634 154.943
Belastingen (anders dan vennootschapsbelasting) en sociale lasten   6.348 6.383
Voorwaardelijke vergoeding 6A 8.255 7.660
Overige verplichtingen   14.603 14.043
 
Totaal   215.237 168.986
 
Langlopend   8.255 7.660
Kortlopend   206.982 161.326
 
Totaal   215.237 168.986

De toename van overige handelsschulden wordt voornamelijk veroorzaakt door de verlenging van betalingsvoorwaarden als onderdeel van het project harmonisatie van inkoop voorwaarden.

De overlopende passiva hebben onder andere betrekking op nog te ontvangen facturen en nog te betalen personeelskosten.

Informatie over de voor de Groep relevante valuta- en liquiditeitsrisico's is toegelicht in noot 31C.
  
 

2.2.7 Financiële instrumenten

2.2.7.1 31. Financiële instrumenten – Reële waarden en risico management

A. Verwerkingscategorieën en reële waarden

De volgende tabel geeft de boekwaarden en reële waarden weer van de financiële activa en financiële verplichtingen, inclusief hun niveaus in de reële waarde hiërarchie. De tabel bevat geen reële waarde informatie voor financiële activa en financiële verplichtingen niet gewaardeerd op reële waarde indien de boekwaarde een redelijke benadering is van de reële waarde.

31 december 2017
    Boekwaarde Reële waarde
In duizenden euro noot Aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde Reële waarde - afdekkingsinstrumenten Aangehouden tot einde looptijd Leningen en vorderingen Overige financiële verplichtingen Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Voor afdekking gebruikte valutatermijncontracten (derivaten) 21 - - - - - -   -   -
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps (derivaten) 21 - - - - - -   -   -
    - - - - - -   -   -
 
Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
Eigenvermogensinstrumenten (overige beleggingen) 21 - - 28 - - 28        
Handels- en overige vorderingen(1) 21 - - - 217.440 - 217.440        
Geldmiddelen en kasequivalenten 24 - - - 161.297 - 161.297        
    - - 28 378.737 - 378.765        
 
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Voorwaardelijke vergoeding 30 -8.255 - - - - -8.255     -8.255 -8.255
 
Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
Bankschulden 24 - - - - -49.690 -49.690        
Bankleningen zonder zekerheden 28 - - - - -44.429 -44.429        
Financiële-leaseverplichtingen 28 - - - - -107 -107        
Handelsschulden en overige verplichtingen(2) 30 - - - - -206.982 -206.982        
    - - - - -301.208 -301.208        
 
(1) Exclusief derivaten en overige beleggingen
(2) Exclusief voorwaardelijke vergoeding

31 december 2016
    Boekwaarde Reële waarde
In duizenden euro noot Aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde Reële waarde - afdekkingsinstrumenten Aangehouden tot einde looptijd Leningen en vorderingen Overige financiële verplichtingen Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Voor afdekking gebruikte valutatermijncontracten (derivaten) 21 - 36 - - - 36   36   36
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps (derivaten) 21 - 115 - - - 115   115   115
    - 151 - - - 151   151   151
 
Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
Eigenvermogensinstrumenten (overige beleggingen) 21 - - 28 - - 28        
Handels- en overige vorderingen(1) 21 - - - 224.509 - 224.509        
Geldmiddelen en kasequivalenten 24 - - - 152.854 - 152.854        
    - - 28 377.363 - 377.391        
 
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Voorwaardelijke vergoeding 30 -7.660 - - - - -7.660     -7.660 -7.660
 
Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
Bankschulden 24 - - - - -45.535 -45.535        
Bankleningen zonder zekerheden 28 - - - - -45.564 -45.564        
Financiële-leaseverplichtingen 28 - - - - -214 -214        
Handelsschulden en overige verplichtingen(2) 30 - - - - -161.326 -161.326        
    - - - - -252.639 -252.639        
 
(1) Exclusief derivaten en overige beleggingen
(2) Exclusief voorwaardelijke vergoeding

B. Bepaling van de reële waarden

Waarderingstechnieken en belangrijke niet-waarneembare input

In de volgende tabellen worden de waarderingstechnieken uiteengezet die worden gebruikt voor het bepalen van reële waarden van Niveau 2 en Niveau 3, voor financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde in de balans, evenals de belangrijke niet-waarneembare inputs die daarbij zijn gebruikt. Gerelateerde waarderingsprocessen zijn beschreven in noot 4.

Financiële instrumenten gewaardeerd op reële waarde
Type Waarderingstechniek Belangrijke niet-waarneembare input
Valutatermijncontracten De reële waarde is bepaald op basis van genoteerde termijnkoersen op de rapportagedatum en contante-waardeberekeningen gebaseerd op hoge kredietkwaliteit rendementscurves van de respectievelijke valuta's. Niet van toepassing
Rente swaps en brandstof swaps De Groep sluit derivaten af met financiële instituten met een hoge credit-rating, Derivaten worden gewaardeerd gebaseerd op waarderingstechnieken die gebruikmaken van waarneembare marktinput, De meest gebruikte waarderingstechnieken zijn swapmodellen die gebruik maken van contante waarde berekeningen. Niet van toepassing
Voorwaardelijke vergoeding Contant gemaakte kasstromen: Het waarderingsmodel gaat uit van de contante waarde van de verwachte betaling, contant gemaakt met behulp van een voor risico’s gecorrigeerde disconteringsvoet. De verwachte betaling wordt bepaald op basis van mogelijke scenario’s over de verwachte afzetvolume en inbaarheid bruto handelsvorderingen, het bedrag dat bij elk van de scenario’s moet worden betaald en de waarschijnlijkheid van elk scenario. • Prognose van de jaarlijkse groeivoet van het afzetvolume.
• Prognose ontvangsten bruto handelsvorderingen.
• Voor risico’s gecorrigeerde disconteringsvoet.
De geschatte reële waarde zal toenemen (afnemen) naargelang:
• de jaarlijkse groeivoet van het afzetvolume hoger (lager) uitvalt;
• de ontvangsten van de bruto handelsvorderingen van de standaardbetaaltermijn positief (negatief) afwijken;
• de voor risico’s gecorrigeerde disconteringsvoet lager (hoger) uitvalt.
 
Financiële instrumenten niet gewaardeerd op reële waarde
Type Waarderingstechniek Belangrijke niet-waarneembare input
Eigenvermogensinstrumenten (langlopend) Voor investeringen in eigenvermogensinstrumenten die geen genoteerde marktprijs hebben in een actieve markt voor een identiek instrument (dat wil zeggen een Level 1 input) zijn toelichtingen van de reële waarde niet vereist. Niet van toepassing
Leningen en vorderingen (langlopend) Contant gemaakte kasstromen. Niet van toepassing
Geldmiddelen, handels- en overige vorderingen en overige financiële verplichtingen (kortlopend) Gezien de korte termijn van deze instrumenten benadert de boekwaarde de marktwaarde. Niet van toepassing
Overige financiële verplichtingen (langlopend) Contant gemaakte kasstromen. De reële waarde van langetermijnsverplichtingen is gelijk aan de boekwaarde omdat ingevolge de financieringsovereenkomst variabele marktrentetarieven van toepassing zijn. Niet van toepassing

Change layout to 2 columns

C. Financieel risicomanagement

(i) Risk management raamwerk

De Directie heeft de eindverantwoordelijkheid en het overzicht over het risico raamwerk van de Groep. De Directie heeft een 'Risk Advisory Board' ingesteld, welke verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en bewaking van het risicobeheer van de Groep. De Risk Advisory Board rapporteert regelmatig aan de Directie, de Audit Committee en de Raad van Commissarissen over haar activiteiten. De Groep beschouwt de acceptatie van risico’s en het onderkennen van mogelijkheden als een onmisbaar onderdeel om haar strategische doelstellingen te kunnen realiseren. Risicobeheer draagt bij aan de realisatie van de strategische doelstellingen en zorgt dat kan worden voldaan aan de vereisten van goed ondernemingsbestuur. Via een actieve bewaking van het risicobeheer richt de Groep zich op het creëren van een hoog niveau van bewustzijn in termen van risicobeheer. De opzet en coördinatie van risicobeheer vindt plaats vanuit het team Corporate Governance & Compliance.

De Groep is blootgesteld aan de volgende risico’s voortvloeiend uit financiële instrumenten:

  • kredietrisico;
  • liquiditeitsrisico;
  • marktrisico.

(ii) Kredietrisico

Kredietrisico is het risico van financieel verlies voor de Groep indien een afnemer of tegenpartij van een financieel instrument de aangegane contractuele verplichtingen niet nakomt. Kredietrisico’s vloeien met name voort uit vorderingen op klanten en uit beleggingen in schuldpapier.

De bruto boekwaarde van de financiële activa vertegenwoordigt het maximale kredietrisico.  

Handels- en overige vorderingen

De blootstelling aan kredietrisico van de Groep wordt hoofdzakelijk bepaald door de individuele kenmerken van de afzonderlijke afnemers. Daarnaast houdt het management ook rekening met het risico op wanbetaling in de bedrijfstak en/of het land waarin de afnemers actief zijn. Zie noot 5 en 8 voor nadere informatie over de concentratie van de opbrengsten.

De Groep handelt met ogenschijnlijk kredietwaardige partijen en heeft procedures opgezet om de kredietwaardigheid vast te stellen. Daarnaast heeft de Groep richtlijnen gedefinieerd om de omvang van het kredietrisico van elke partij te limiteren. Bovendien bewaakt de Groep de vorderingen continu en past zij een strikte kredietprocedure toe. Op basis van deze procedure worden klanten gecategoriseerd en afhankelijk van hun kredietprofiel worden de volgende risicomitigerende maatregelen genomen: 

  • betaling in overeenstemming met de betalingscondities per land;

  • vooruitbetaling, betaling bij aflevering van de goederen of levering tegen verstrekking van zekerheden;

  • hedging via letter of credit of bankgarantie;

  • verzekering van het kredietrisico.

Vorderingen die vervallen na meer dan een jaar, zijn grotendeels rentedragend, en betreffen voornamelijk leningen aan klanten waarvoor indien mogelijk, zekerheden zijn afgegeven in de vorm van voerequivalenten, participatierekeningen en/of onroerend goed.

Als een gevolg van de spreiding van de omzet over verschillende geografische gebieden en productgroepen is er geen significante concentratie van kredietrisico in de handelsvorderingen (geen enkele afnemer is in 2017 individueel verantwoordelijk voor meer dan 2,6% (2016: 1,0%) van de omzet). Voor een verdere toelichting op de handels- en overige vorderingen wordt verwezen naar noot 21.

Change layout to 1 column

Per 31 december 2017 kan de voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot handels- en overige vorderingen, als volgt worden weergegeven: 

In duizenden euro 31 december 2017 31 december 2016
 
Bruto handels- en overige vorderingen 235.279 246.837
Voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot handels- en overige vorderingen -17.811 -22.149
 
Totaal 217.468 224.688
 
Langlopend (waaronder leningen) 9.298 10.952
Kortlopend 208.170 213.736
 
Totaal 217.468 224.688

Per 31 december 2017 kan de ouderdom van de handels- en overige vorderingen als volgt worden weergegeven: 

In duizenden euro Rekeningen zonder bijzondere waardever- minderingen Rekeningen met bijzondere waardever- minderingen Totaal
 
Binnen betalingstermijn 188.010 12.188 200.198
Overschrijding < 30 dagen 16.254 2.391 18.645
Overschrijding 31 - 60 dagen 2.415 705 3.120
Overschrijding 61 - 90 dagen 255 471 726
Overschrijding > 90 dagen 3.797 8.793 12.590
 
Bruto bedrag 210.731 24.548 235.279
 
Bijzondere waardevermindering   -17.811 -17.811
Totaal 210.731 6.737 217.468
 
Achterstallige vorderingen 10,8% 50,4% 14,9%

Per 31 december 2016 kan de ouderdom van de handels- en overige vorderingen als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro Rekeningen zonder bijzondere waardever- minderingen Rekeningen met bijzondere waardever- minderingen Totaal
 
Binnen betalingstermijn 178.787 22.168 200.955
Overschrijding < 30 dagen 18.136 2.867 21.003
Overschrijding 31 - 60 dagen 3.068 1.078 4.146
Overschrijding 61 - 90 dagen 1.082 548 1.630
Overschrijding > 90 dagen 6.187 12.915 19.102
 
Bruto bedrag 207.260 39.576 246.836
 
Bijzondere waardevermindering   -22.148 -22.148
Totaal 207.260 17.428 224.688
 
Achterstallige vorderingen 13,7% 44,0% 18,6%

Change layout to 2 columns

De rekeningen met bijzondere waardeverminderingen betreffen de debiteurensaldi waarop een bijzondere waardevermindering op is toegepast. De Directie verwacht dat de vorderingen waarop geen bijzondere waardevermindering is toegepast volledig inbaar zijn, gebaseerd op historisch betalingsgedrag en intensieve analyse van kredietrisico’s, inclusief onderliggende kredietwaardigheidsscore’s indien beschikbaar.  

De mutatie in de voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot de handels- en overige vorderingen gedurende het boekjaar kan als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro 2017 2016
 
Stand op 1 januari 22.149 21.184
In het boekjaar afgeschreven -2.680 -2.158
In het boekjaar vrijgevallen -4.002 -1.822
In het boekjaar toegevoegd 2.406 5.177
Translatie verschillen -62 -233
 
Stand op 31 december 17.811 22.148
 
Langlopend 5.287 6.052
Kortlopend 12.524 16.096
 
Stand op 31 december 17.811 22.148

Het saldo van in het boekjaar toegevoegde en vrijgevallen bedragen is een vrijval van €1.596 duizend, waarbij het netto effect van acquisities en desinvesteringen nihil is. De netto vrijval van €1.596 duizend is in 2017 volledig in de winst-en-verliesrekening verwerkt (2016: €899 duizend netto dotatie). In 2016 was het netto effect van acquisities en desinvesteringen €2.456 duizend, waardoor de totale toevoeging aan de voorziening €3.355 duizend bedroeg.  

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten worden aangehouden bij eerste klas internationale banken, dat wil zeggen banken met een credit rating van tenminste ‘minus A’. In derivaten wordt alleen gehandeld met banken met een hoge creditrating; AA- tot AA+.

Garanties

Het beleid van de Groep is in principe geen financiële garanties af te geven, met uitzondering van een aantal garanties voor enkele van haar Nederlandse deelnemingen. Voor meer informatie zie noot 35.

(iii) Liquiditeitsrisico 

Liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep problemen krijgt om te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van in contanten of andere financiële activa af te wikkelen financiële verplichtingen. De uitgangspunten van het liquiditeitsrisicobeheer van de Groep zijn dat er, voor zover mogelijk, voldoende liquiditeiten worden aangehouden om te kunnen voldoen aan haar financiële verplichtingen wanneer deze vervallen, in normale en moeilijke omstandigheden, en zonder dat onaanvaardbare verliezen worden gelopen of de reputatie van de Groep in gevaar komt. Tevens houdt de Groep financieringsfaciliteiten aan om het liquiditeitsrisico te beheersen, zie noot 28 voor meer details.

Blootstelling aan liquiditeitsrisico

Hieronder worden de resterende contractuele looptijden van de financiële verplichtingen per balansdatum weergegeven. De bedragen zijn bruto en niet contant gemaakt en zijn inclusief rentebetalingen en exclusief de effecten van salderingsovereenkomsten.

Change layout to 1 column

31 december 2017 Niet-afgeleide financiële verplichtingen
    Boekwaarde Contractuele kasstromen
In duizenden euro noot   Totaal < 1 jaar 1 - 2 jaar 2 - 5 jaar > 5 jaar
Voorwaardelijke vergoeding 6 , 30 8.255 8.407 - 8.407 - -
Bankschulden 24 49.690 49.690 49.690 - - -
Bankleningen 28 44.429 45.086 - - 45.086 -
Financiële-leaseverplichtingen 28 107 147 39 52 56 -
Handelsschulden en overige verplichtingen1 30 205.089 205.089 205.089 - - -
    307.570 308.419 254.818 8.459 45.142 -
 
(1) Exclusief verbonden partijen en voorwaardelijke vergoeding
De Groep heeft de beschikking over geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december 2017 ten bedrage van €161.297 duizend.

31 december 2016 Niet-afgeleide financiële verplichtingen
    Boekwaarde Contractuele kasstromen
In duizenden euro noot   Totaal < 1 jaar 1 - 2 jaar 2 - 5 jaar > 5 jaar
Voorwaardelijke vergoeding 6 , 30 7.660 7.900 - - 7.900 -
Bankschulden 24 45.535 45.535 45.535 - - -
Bankleningen 28 45.564 46.718 - - 46.718 -
Financiële-leaseverplichtingen 28 214 228 132 26 70 -
Handelsschulden en overige verplichtingen1 30 159.203 159.203 159.203 - - -
    258.176 259.584 204.870 26 54.688 -
(1) Exclusief verbonden partijen en voorwaardelijke vergoeding
De Groep heeft de beschikking over geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december 2016 ten bedrage van €152.854 duizend.

Change layout to 2 columns

Zoals toegelicht in noot 28 heeft de Groep een banklening zonder zekerheden waarop een convenant van toepassing is. Indien de Groep in de toekomst niet aan dit convenant zou kunnen voldoen kan de Groep verplicht zijn de lening eerder terug te betalen dan is aangegeven in de bovenstaande tabel. Het convenant wordt op regelmatige basis bewaakt door de treasury-afdeling en er wordt regelmatig over gerapporteerd aan de Directie teneinde zeker te stellen dat wordt voldaan aan de bepalingen in de overeenkomst. Per het einde van het boekjaar wordt voldaan aan het convenant, zoals nader is toegelicht in noot 28.

De rentebetalingen op leningen met variabele rente in bovenstaande tabel reflecteren toekomstige marktrente per de rapportagedatum en deze bedragen kunnen muteren als de marktrente muteert. De toekomstige kasstromen op leningen van financiële instellingen kunnen verschillen van de bedragen in de bovenstaande tabel indien rentetarieven, valutakoersen of relevante voorwaarden in de verplichtingen veranderen. Met uitzondering van deze verplichtingen, wordt niet verwacht dat de kasstromen inbegrepen in de analyse van looptijden significant vroeger zullen optreden of voor significant andere bedragen.

(iv) Marktrisico

Marktrisico is het risico dat veranderingen in marktprijzen, zoals valutakoersen, rentetarieven en aandelenkoersen, invloed hebben op de inkomsten van de Groep of de waarde van zijn beleggingen in financiële instrumenten. Het doel van het marktrisicobeheer is het beheren en beheersen van de marktrisicopositie binnen aanvaardbare grenzen onder het gelijktijdig optimaliseren van het rendement.

Valutarisico

Het valutarisico van de Groep vloeit voort uit aan- en verkopen en financieringen die luiden in andere valuta dan de functionele valuta van de entiteiten van de Groep. De functionele valuta van de entiteiten van de Groep zijn voornamelijk de euro (€) en het Britse pond (£). Het merendeel van hun transacties en resulterende saldi vinden plaats in hun functionele valuta.

In het algemeen worden leningen getrokken in valuta die overeenkomen met de kasstromen die worden gegenereerd door de onderliggende ondernemingen van de Groep, primair de euro, maar ook het Britse pond.

Rente op leningen wordt berekend in de valuta van de lening. Dit leidt tot een economische hedge zonder dat derivaten worden ingezet en daarom wordt geen hedge accounting toegepast.

De aan- en verkooptransacties van de Groep worden uitgevoerd in de functionele valuta van de respectievelijke entiteit, zodat prognoses van aan- en verkooptransacties niet onderhevig zijn aan valutarisico’s.

De Groep heeft per 31 december 2017 geen valutacontracten afgesloten om valutarisico’s af te dekken (31 december 2016: contracten met een reële waarde van €36 duizend).

Met betrekking tot monetaire activa en verplichtingen in buitenlandse valuta is het beleid van de Groep om zeker te stellen dat de netto blootstelling binnen de overeengekomen limieten per bedrijfsonderdeel blijft.

Blootstelling aan valutarisico

De samenvatting van gegevens met betrekking tot de financiële activa en verplichtingen in vreemde valuta kan als volgt worden weergegeven:

In duizenden 31 december 2017 31 december 2016
  £ £
 
Handels- en overige vorderingen 130.320 77.318 136.844 75.212
Geldmiddelen en kasequivalenten minus bankschulden 133.270 -19.219 124.621 -14.815
Bankleningen zonder zekerheden - -40.000 - -40.000
Financiële-leaseverplichtingen - -95 - -183
Handelsschulden en overige verplichtingen -155.587 -52.720 -119.936 -41.685
 
Netto transactie-positie 108.003 -34.716 141.529 -21.471

De netto financiële positie in Britse ponden wordt gebruikt voor financiering van activa in Britse ponden.

De volgende belangrijke wisselkoersen zijn toegepast gedurende het boekjaar:

  Gemiddelde koers Koers op    
1€= 2017 2016 31 december 2017 31 december 2016 31 december 2015
 
£ 0,8767 0,8195 0,8872 0,8562 0,7340

Gevoeligheidsanalyse

Er zijn geen financiële instrumenten in de geconsolideerde jaarrekening die individueel zijn blootgesteld aan een valutarisico. Daarom is geen gevoeligheidsanalyse weergegeven.

Renterisico

De Groep test het renterisico op potentiële financiële invloed. Indien de potentiële invloed niet acceptabel is wordt de blootstelling aan het risico geëlimineerd door het vastzetten van de rente. Dit wordt deels gerealiseerd door contracten met instrumenten met vaste rente af te sluiten en deels door te lenen tegen een variabel tarief en indien gewenst het gebruik van renteswaps om de risico’s van fluctuaties van renteniveaus af te dekken.

Blootstelling aan renterisico

Het profiel van de rentetarieven van de rentedragende financiële instrumenten kan als volgt worden weergegeven:

  Boekwaarde
In duizenden euro 31 december 2017 31 december 2016
Instrumenten met een vaste rente
Financiële activa 9.270 10.924
 
Instrumenten met een variabele rente
Financiële verplichtingen 44.429 45.564

De financiële activa hebben betrekking op de leningen aan afnemers, medewerkers en overige langlopende vorderingen.

De financiële verplichtingen hebben betrekking op opgenomen leningen welke hoofdzakelijk ten doel hebben de langlopende activa te financieren.

Reële-waardegevoeligheidsanalyse voor instrumenten met een vaste rente

De Groep heeft geen financiële activa en verplichtingen met een vaste rente die worden opgenomen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in het resultaat.

Kasstroomgevoeligheidsanalyse voor instrumenten met een variabele rente

Een redelijkerwijs mogelijke wijziging van de rentetarieven op de verslagdatum met 50 basispunten zou resulteren in een toename (afname) van het eigen vermogen en het resultaat voor belastingen met de hieronder vermelde bedragen. In deze analyse is verondersteld dat alle andere variabelen, in het bijzonder de valutakoersen, constant blijven.

De invloed op het eigen vermogen wordt, met uitzondering van belastingeffecten, verondersteld gelijk te zijn aan de invloed op de winst-en-verliesrekening omdat er geen financiële instrumenten met variabele rente zijn die het eigen vermogen direct beïnvloeden.

  Resultaat voor belastingen Eigen vermogen
In duizenden euro Verhoging 50 basis punten Verlaging 50 basis punten Verhoging 50 basis punten Verlaging 50 basis punten
31 december 2017
Instrumenten met een variabele rente -224 224 -176 176
 
31 december 2016
Instrumenten met een variabele rente -228 228 -180 180

Grondstoffen prijsrisico’s

Het grootste deel van de kostprijs van de omzet bestaat uit grondstoffen. De markten voor deze grondstoffen zijn volatiel als gevolg van onzekere weersomstandigheden, oogstverwachtingen, afname van natuurlijke hulpbronnen, variaties in vraag en toenemende welvaart. De toegenomen volatiliteit leidt tot een toename van de risico’s verbonden aan de inkoop van grondstoffen en daarmee tot een toename van het belang van risicomanagement. Het beleid inzake risicomanagement van aankopen is gebaseerd op de risicobereidheid van de Groep en wordt continu bewaakt.

Een deel van de kosten van de Groep bestaat uit de kosten van energie en brandstoffen. Veranderingen in de prijzen hiervan beïnvloeden de kosten van productie en transport van de producten van de Groep. Hogere kosten kunnen niet in alle gevallen worden doorberekend in de verkoopprijzen, hetgeen de resultaten negatief kan beïnvloeden. In de laatste jaren zijn de prijzen van brandstof en energie relatief volatiel geweest. Ten behoeve van de inkoop van energie heeft de Groep een inkoopbeleid opgesteld. Onderdeel van dit beleid is, indien noodzakelijk, het prijsrisico af te dekken via financiële instrumenten en commodity overeenkomsten. De toepassing van dit inkoopbeleid wordt bewaakt waarbij de ontwikkelingen op de markten voor energie en brandstoffen nauwgezet worden gevolgd.

Begin 2016 heeft de Groep derivaten aangekocht om de risico's in verband met wijzigingen in de brandstofprijzen af te dekken. In het kader van deze kasstroomafdekkingen, hebben de looptijden betrekking op de realisatiedata van afgedekte posities en is daarom cash flow hedge accounting toegepast. Reële waarde bedragen gepresenteerd in het eigen vermogen worden

geherclassificeerd naar de winst-en-verliesrekening op realisatiedata van de afgedekte posities. De contractuele looptijd van deze derivaten is vervallen op 31 december 2016 waarbij de bijbehorende afwikkeling in contanten begin januari 2017 heeft plaatsgevonden en geen posities open staan per 31 december 2016 en 2017.

Change layout to 1 column

D. Derivaten ter afdekking van kasstromen

De volgende tabel laat de perioden zien waarin de kasstromen met betrekking tot derivaten die als kasstroomafdekkingen fungeren naar verwachting zullen plaatsvinden, en de boekwaarden van de gerelateerde afdekkingsinstrumenten.

  2017 Verwachte kasstromen 2016 Verwachte kasstromen
In duizenden euro Boekwaarde Totaal 1-6 maanden 6-12 maanden Langer dan één jaar Boekwaarde Totaal 1-6 maanden 6-12 maanden Langer dan één jaar
 
Voor afdekking gebruikte valutatermijncontracten
Activa - - - - - 36 36 23 13 -
Passiva - - - - - - - - - -
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps
Activa - - - - - 115 115 115 - -
Passiva - - - - - - - - - -
  - - - - - 151 151 138 13 -

De volgende tabel laat de perioden zien waarin de kasstromen met betrekking tot derivaten die als kasstroomafdekkingen fungeren naar verwachting van invloed zullen zijn op het resultaat, en de boekwaarden van de gerelateerde afdekkingsinstrumenten.

  2017 Verwachte impact 2016 Verwachte impact
In duizenden euro Boekwaarde Totaal 1-6 maanden 6-12 maanden Langer dan één jaar Boekwaarde Totaal 1-6 maanden 6-12 maanden Langer dan één jaar
 
Voor afdekking gebruikte valutatermijncontracten
Activa - - - - - 36 36 - 1 35
Passiva - - - - - - - - - -
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps(1)
Activa - - - - - 115 - - - -
Passiva - - - - - - - - - -
  - - - - - 151 36 - 1 35
 
(1) De contractuele looptijd van de 2016 derivaten is beëindigd en gerealiseerd op 31 december 2016. Het openstaand saldo is begin januari 2017 in contanten afgewikkeld.

2.2.8 Groepssamenstelling

2.2.8.1 32. Lijst met belangrijkste deelnemingen

Hieronder is een lijst weergegeven met de belangrijkste deelnemingen en joint venture van de Groep:

Overzicht van belangrijke dochterondernemingen

Dochterondernemingen Statutaire zetel Belang(1)
Nederland
ForFarmers Nederland B.V. Lochem 100%
FF Logistics B.V. Lochem 100%
PoultryPlus B.V. Lochem 100%
Reudink B.V. Lochem 100%
Stimulan B.V. Boxmeer 100%
ForFarmers Corporate Services B.V. Lochem 100%
Vleutensteijnvoeders B.V. Eindhoven 100%
 
Duitsland
ForFarmers GmbH Vechta-Langförden 100%
ForFarmers Langförden GmbH Vechta-Langförden 100%
ForFarmers BM GmbH Rapshagen 100%
ForFarmers Hamburg GmbH & Co. KG(2) Vechta-Langförden 100%
ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH & Co. KG(2) Rees 60%
ForFarmers Beelitz GmbH Beelitz 100%
Pavo Pferdenahrung GmbH Goch 100%
 
België
ForFarmers Belgium B.V.B.A. Ingelmunster 100%
ForFarmers Finance International B.V.B.A. Ingelmunster 100%
 
Verenigd Koninkrijk
ForFarmers UK Holdings Ltd. Ipswich (Suffolk) 100%
ForFarmers UK Ltd. Ipswich (Suffolk) 100%
 
Joint venture
HaBeMa Futtermittel GmbH & Co. KG Produktions- und Umschlagsgesellschaft(3) Hamburg 50%
 
(1) Belangen in deelnemingen per 31 december 2017
(2) De dochterondernemingen ForFarmers Hamburg GmbH & Co. KG en ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH & Co. KG maken gebruik van de uitzondering zoals opgenomen in het Duitse recht in § 264b.
(3) Verwerkt volgens de 'equity'-methode zie noot 20

2.2.8.2 33. Minderheidsbelangen

De onderstaande tabel geeft een samenvatting van de informatie met betrekking tot de deelnemingen van de Groep waar sprake is van een minderheidsbelang van materiële omvang, voor eventuele intra-groepseliminaties.

31 december 2017
  ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH & Co KG Totaal
Percentage minderheidsbelang 40% 40%  
In duizenden euro      
Vaste activa 172 3.247 3.419
Geldmiddelen en kasequivalenten 5 5.687 5.692
Overige vlottende activa 41 11.312 11.353
Vlottende activa 46 16.999 17.045
Leningen en overige financieringsverplichtingen - -4.296 -4.296
Overige langlopende verplichtingen - -134 -134
Langlopende verplichtingen - -4.430 -4.430
Leningen en overige financieringsverplichtingen - - -
Overige kortlopende verplichtingen -5 -4.457 -4.462
Kortlopende verplichtingen -5 -4.457 -4.462
 
Netto activa 213 11.359 11.572
 
 
 
Boekwaarde van minderheidsbelang 85 4.544 4.629
 
Omzet 17 66.773 66.790
 
Resultaat toe te rekenen aan aandeelhouders van vennootschap 15 1.857 1.872
Niet-gerealiseerde resultaten - - -
 
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 15 1.857 1.872
 
Resultaat toegerekend aan minderheidsbelang 6 743 749
Niet-gerealiseerde resultaten toegerekend aan minderheidsbelang - - -

2017
In duizenden euro ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH & Co KG Totaal
 
Kasstroom uit operationele activiteiten - 7.201 7.201
Kasstroom uit investeringsactiviteiten - -280 -280
Kasstroom uit financieringsactiviteiten - -2.500 -2.500
 
Netto toename (afname) in geldmiddelen en kasequivalenten - 4.421 4.421

31 december 2016
  ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH & Co KG Totaal
Percentage minderheidsbelang 40% 40%  
In duizenden euro      
Vaste activa 172 3.304 3.476
Geldmiddelen en kasequivalenten - 1.266 1.266
Overige vlottende activa 26 14.777 14.803
Vlottende activa 26 16.043 16.069
Leningen en overige financieringsverplichtingen - -4.296 -4.296
Overige langlopende verplichtingen - -31 -31
Langlopende verplichtingen - -4.327 -4.327
Leningen en overige financieringsverplichtingen - - -
Overige kortlopende verplichtingen - -3.018 -3.018
Kortlopende verplichtingen - -3.018 -3.018
 
Netto activa 198 12.002 12.200
 
 
 
Boekwaarde van minderheidsbelang 79 4.801 4.880
 
Omzet - 64.445 64.445
 
Resultaat toe te rekenen aan aandeelhouders van vennootschap 14 1.279 1.293
Niet-gerealiseerde resultaten - - -
 
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 14 1.279 1.293
 
Resultaat toegerekend aan minderheidsbelang 5 512 517
Niet-gerealiseerde resultaten toegerekend aan minderheidsbelang - - -
 

2016
In duizenden euro ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH & Co KG Totaal
 
Kasstroom uit operationele activiteiten - 2.613 2.613
Kasstroom uit investeringsactiviteiten - -257 -257
Kasstroom uit financieringsactiviteiten - -1.794 -1.794
 
Netto toename (afname) in geldmiddelen en kasequivalenten - 562 562

2.2.9 Overige toelichtingen

2.2.9.1 34. Operationele leaseovereenkomsten

Leaseovereenkomsten waarbij als lessee wordt opgetreden

De Groep huurt een aantal vestigingen, machines en installaties en voertuigen op basis van operationele lease-overeenkomsten.

De Groep heeft de mogelijkheid voor sommige van deze activa de looptijd van de huur te verlengen. In deze gevallen worden de voorwaarden van de overeenkomst heronderhandeld aan het einde van de oorspronkelijke looptijd van het contract. Daarnaast worden de huurbedragen in bepaalde contracten periodiek verhoogd gebaseerd op marktvoorwaarden.

De toekomstige minimale bedragen te betalen onder niet-opzegbare operationele leaseovereenkomsten kunnen als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro 31 december 2017 31 december 2016
 
Minder dan 1 jaar 5.398 6.525
Tussen 1 - 5 jaar 6.067 9.031
Meer dan 5 jaar 4.795 5.389
 
Totaal 16.260 20.945

Van de leasebetalingen is in 2017 een bedrag van €8.279 duizend (2016: €8.432 duizend) verantwoord in de winst-en-verliesrekening als onderdeel van de overige bedrijfskosten. De daling van de leasebetalingen komt doordat activa die voorheen werden geleased nu worden gekocht. Dit betreft voornamelijk transportmiddelen.

 

 

 

 

 

 

2.2.9.2 35. Niet in de balans opgenomen verplichtingen

31 december 2017
In duizenden euro < 1 jaar 1 - 5 jaar > 5 jaar Totaal
 
Koopverplichtingen grondstoffen 495.566 622 - 496.188
Koopverplichtingen energie (gas/elektriciteit) - - - -
Koopverplichting materiële vaste activa 4.971 - - 4.971
Koopverplichting overig 2.505 - - 2.505
 
Totaal 503.042 622 - 503.664

31 december 2016
In duizenden euro < 1 jaar 1 - 5 jaar > 5 jaar Totaal
 
Koopverplichtingen grondstoffen 417.027 927 - 417.954
Koopverplichtingen energie (gas/elektriciteit) 3.078 - - 3.078
Koopverplichting materiële vaste activa 13.108 - - 13.108
 
Totaal 433.213 927 - 434.140

De inkoopverplichtingen van grondstoffen hebben voor een deel betrekking op bestaande verkoopovereenkomsten en de overige koopverplichtingen bestaan met name uit IT licenties.

Ten behoeve van ForFarmers Nederland B.V., ForFarmers Corporate Services B.V., PoultryPlus B.V. en Reudink B.V. is door ForFarmers N.V. een 403-verklaring afgegeven.

Met betrekking tot de verwerving van BOCM PAULS Ltd. (Verenigd Koninkrijk) zijn garanties afgegeven ter grootte van €0,1 miljoen (2016: €0,2 miljoen).

Voor wat betreft de kredietfaciliteiten wordt verwezen naar noot 28.

2.2.9.3 36. Verbonden partijen

Naast de deelnemingen die actief zijn binnen de Groep (verwezen wordt naar de lijst met belangrijkste deelnemingen, noot 32) en de pensioenfondsen van BOCM PAULS Ltd. (Verenigd Koninkrijk) en HST Feeds Ltd. (Verenigd Koninkrijk) (zie noot 15A voor de relevante transacties) kent de Groep nog additionele verbonden partijen en transacties die hierna zijn toegelicht. De transacties die tussen verbonden partijen hebben plaatsgevonden in 2017 en 2016 zijn gedaan tegen zakelijke condities. Openstaande saldi per het einde van het boekjaar zijn zonder zekerheden en rentevrij. Er zijn geen garanties ontvangen of afgegeven voor vorderingen op of schulden aan verbonden partijen. De Groep heeft geen bijzondere waardevermindering verantwoord met betrekking tot bedragen verschuldigd door verbonden partijen (2016: nihil).

A. Stichting Beheer- en Administratiekantoor ForFarmers en Coöperatie FromFarmers U.A.

Stichting Beheer- en Administratiekantoor ForFarmers (tot 23 mei 2016 genaamd Stichting Administratiekantoor ForFarmers) (hierna: 'Stichting Beheer') houdt per 31 december 2017 7,7% (31 december 2016: 12,0%) van de aandelen in ForFarmers N.V. en heeft hiervoor certificaten van aandelen uitgegeven. Coöperatie FromFarmers U.A. (hierna: de coöperatie) houdt per 31 december 2017 een direct belang van 17,4% (2016: 20,8%) en een indirect belang van 31,8% (2016: 32,4%) van de gewone aandelen in ForFarmers, alsmede 1 prioriteitsaandeel. Certificaten worden gehouden door de leden van de Coöperatie en medewerkers van ForFarmers, of anderen. Leden van de Coöperatie en medewerkers van ForFarmers die certificaten houden hebben het recht om hun stemrecht op te vragen bij Stichting Beheer. Overige certificaathouders kunnen geen stemrecht opvragen. Zowel Stichting Beheer als de Coöperatie zijn verbonden partijen. Tussen de Coöperatie en een aantal leden van de Coöperatie enerzijds en de Groep anderzijds vinden regelmatig transacties plaats uit hoofde van de levering van goederen en diensten. 

De volgende tabel geeft het totaal van de transacties weer met ForFarmers N.V. en haar groepsmaatschappijen.

De vordering op de Coöperatie heeft voornamelijk betrekking op posities uit hoofde van BTW, aangezien de Coöperatie het hoofd is van de fiscale eenheid voor de BTW. Per 1 januari 2018 is de Coöperatie FromFarmers U.A. geen onderdeel meer van de fiscale eenheid voor de BTW en is ForFarmers N.V. het groepshoofd (zie noot 16F).

2.2.9.3.1

 B. Directie

In het boekjaar bedroeg de beloning van de Directie inclusief pensioenpremies die ten laste kwamen van de Vennootschap en haar dochterondernemingen €6,3 miljoen (2016: €6,1 miljoen). Dit bedrag kan als volgt worden gespecificeerd:

2017
  Kortetermijnpersoneelsbeloningen Langetermijnpersoneelsbeloningen Totaal
In duizenden euro Salaris- kosten(1) Prestatie- bonus (korte termijn)(2) Overige vergoedingen(3) Pensioen- kosten Prestatie- bonus (lange termijn)(4) Werknemers participatieplan(5)  
Raad van Bestuur              
Y.M. Knoop 461 406 48 90 309 71